Sociale Wetenschappen

Dirk De Bièvre

1. Wat was je favoriete vak tijdens je studententijd?
De geschiedenis van het Nederlands van Guido Geerts, voormalig hoofdredacteur van de Van Dale. Wat hij deed was sociolinguïstiek: welke elite met welke macht in welke eeuw welke standaardtaal van het Nederlands heeft kunnen doorzetten. 

2. Ben je ooit gezakt voor een examen? Zo ja, welk vak?
Te veel om op te sommen. Ik dubbelde mijn eerste jaar in Leuven omdat ik nogal lost was. En een eerste verliefdheid vraagt veel tijd. In de licenties (masters dus) had ik nooit onvoldoendes, noch in Nederlandse en Engelse linguïstiek en literatuur in Leuven, noch in de politieke wetenschappen en de internationale betrekkingen in Louvain-la-Neuve en Konstanz (D). 

3. Wat is het vreemdste dat je ooit hebt gedaan om studiestress te verlichten?
Ik deed misschien wel vreemde dingen, maar zeker niet daarvoor. Wist ik veel hoe je studie- of levens-stress moest verlichten! Daarvoor was ik te ignorant. 

4. Wat was jouw meest memorabele studentenervaring?
In mijn tweede jaar in Louvain-la-Neuve wou ik op Erasmus naar Duitsland. Ik ging binnen bij de Erasmus coördinator, prof. Michèle Schmiegelow. ‘OK’, zei ze, ‘Wat doe je het liefst, skiën of zeilen? Kiel of Konstanz?’ Ik: ‘Euh, geen van beiden. Ik wandel wel graag in de bergen.’ ‘OK, dat wordt dan Konstanz en ik ben je masterproefbegeleidster!.’ En dat was dat. Ze was nuts en geweldig! 

​5. Heb je ooit een studentenjob gehad? Wat was dat?

Ik schreef voor de Campuskrant van de KU Leuven. Zo interviewde ik Erwin Joos nog vóór hij het Eugeen Van Mieghem museum in Antwerpen oprichtte. Maar nog beter: Tutor & Wissenschaftliche Hilfskraft (HiWi) van prof. Thomas Risse in Konstanz. Of ik dat wel zou kunnen. ‘Aber natürlich! Sie machen das schon.’ 

6. Als je terug kon gaan in de tijd, wat zou je jouw jongere zelf adviseren?
Blijf niet zo lang alleen; en breek vroeger uit door naar het buitenland te gaan. 

7. Als je geen professor was geworden, wat zou je dan nu doen?
Leraar Engels en Nederlands aan een secundaire school. Ik deed daarvoor de lerarenopleiding – toen nog bizar een ‘Aggregatie’ genoemd. Nooit begrepen waarom, want aggregeren was daar niet bij. 

8. Wat was vandaag jouw eerste gedachte?
‘Wat een gekke droom.’ 

9. Wat is jouw favoriete boek, en waarom?
Ik hou niet echt van superlatieven en heb er dus verschillende: in de politieke wetenschappen is mijn favoriet Commerce and Coalitions: How trade affects domestic political alignments van Ronald Rogowski uit 1989. In fictie: recent las ik Alkibiades van Leonard Pfeijffer en Ik ben er niet van Lize Spit. Absoluut fantastische Europese top-literatuur. 

10. Welke muziek of artiest luister je graag?
Ik ben een passionele klassieke muziekliefhebber en -kenner, met een speciale band met de barokcomponist Johan Sebastian Bach en de symfonische Spätromantik van dirigent, componist en grootburger Richard Strauss uit München. Veel andere soorten muziek kunnen me ook bekoren, maar van popmuziek onthoud ik amper namen. 

11. Als je één historische figuur zou kunnen ontmoeten, wie zou dat zijn en waarom?
Dat zou me behoorlijk intimideren, omdat ik eerder schuchter van aard ben. 

12. Wat is een reisbestemming die nog op jouw bucketlist staat?
Omdat ik mijn Duitse vrouw leerde kennen terwijl ik in Firenze woonde, toen we allebei doctoreerden aan het European University Institute, houd ik enorm van de architectuur- en kunstgeschiedenis van de Italiaanse steden. Waar ik nog nooit was, is Urbino, waar een prachtig hertogelijk renaissance paleis zou staan. 

13. Wat is jouw favoriete manier om een vrije zondag door te brengen?
Naargelang mijn gezondheid die nogal kan fluctueren, kan dat een standaardgewoonte-zondag zijn waarbij ik de krant De Tijd alsook de Frankfurter Allgemeine Zeitung veel te uitgebreid lees, misschien in mijn tuin wat zit te werkelen en ’s avonds naar een koorrepetitie fiets. Maar natuurlijk is een uitstap met mijn vrouw en/of de familie ook wel minstens even zalig. 

14. Wat is het leukste dat je recentelijk hebt geleerd (buiten je vakgebied)?
Aiaia, die superlatieven! Ik ben wel heel nieuwsgierig, maar ook wat lui van aard. 

15. Wat is het meest avontuurlijke dat je ooit hebt gedaan?
Met één van mijn broers die al lang in Quito woont en werkt waren we op 5.500 meter hoogte op de sneeuwkraag van de Cotopaxi-vulkaan. Terwijl hij met een ander naar de top ging, zat ik samen met mijn oudste broer en zijn vrouw in het morgenlicht te kijken naar de Cordillera de los Andes van Colombia tot in Peru, inclusief de lichte kromming van de aarde. 

16. Wat is jouw dierbaarste bezit?
Ik denk niet dat ik iets helemaal bezit. Mijn goede stem beschouw ik als een geschenk. 

17. Hoe kom je tot rust?
Een oud loofbos voelen leven; met mijn vrouw samen zijn; als bas meezingen in Bach koormuziek; een grote solitaire boom zien; met mijn oudste broer samen zijn; ... 

18. Heb je een verborgen talent dat jouw studenten niet kennen?
Ik verzin heel graag architectuur wandelingen in historische stadskernen voor kleine groepjes familie, kennissen, collega’s of studenten. Aan de hand van historisch bouwbestand illustreer ik wie het er voor het zeggen had in welke periode. 

19. Als je naar de toekomst kijkt, wat zie je dan?
Een mooi familiaal geluk en een schijnbaar gedesoriënteerde, misschien zelfs te agressieve wereld, waaronder, zoals altijd, veel lief en leed zal zitten. 

20. Wat is de belangrijkste les die het leven je geleerd heeft?
Voor zoiets didactisch, zou je bij de les moeten zijn, en dat ben ik niet. Het leven is niet zomaar een leerschool. Daarvoor biedt het te veel heerlijke diepte en rijkdom.