Lopende projecten

Advanced Center for inTernet Studies – Belgian Online Probability Panel. 01/01/2021 - 31/12/2022

Abstract

Dit project zorgt voor het ontwerp van het Belgian Online Probability Panel, ACTS (Advanced Center for inTernet Studies – Belgian Online Probability Panel). Het project is een samenwerking tussen alle Vlaamse en Franstalige universiteiten in België.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Werkt werk-gezinsbeleid voor de tweede en derde generatie? Een mixed methods benadering. 01/11/2020 - 31/10/2023

Abstract

Ongeziene stijgingen in vrouwelijke tewerkstelling en dalingen in vruchtbaarheid hebben huishoudens in het naoorlogse Europa grondig getransformeerd tot kleinere tweeverdienershuishoudens. Als antwoord op deze veranderingen, hebben Europese overheden werk-gezinsbeleid ontwikkeld zoals formele kinderopvang of ouderschapsverlof. De hoge vruchtbaarheid en relatief milde spanning tussen werk en gezin in Europese voortrekkerslanden als België en Zweden suggereren dat dit beleid effectief is. Hoewel, gezien de toenemende diversiteit in Europese bevolkingen rijst vooral in voortrekkerslanden de vraag: 'werkt' dit soort beleid even goed voor 2de en 3de generatie migrantengroepen? In het licht van deze nieuwe vraag, biedt het COPE-project twee belangrijke bijdragen. Ten eerste wordt het gebruik en de effecten van werk-gezinsbeleid bestudeerd voor vrouwen van de 2de en 3de generatie naargelang de specifieke modaliteiten van het beleid, gebruik makend van de meest gedetailleerde register data voor België en Zweden. Ten tweede wordt in het COPE-project een mixed methods onderzoeksdesign toegepast op de Belgische case om differentieel gebruik en effecten van werk-gezinsbeleid naar originegroep te analyseren, maar ook diepgaande kennis op te bouwen omtrent de wijze waarop deze patronen tot stand komen. Onze bevindingen zijn uiterst relevant voor beleidsmakers in de context van inclusief sociaal beleid, maar ook het vrijwaren van het arbeidsaanbod in deze tijden van bevolkingsveroudering.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De kracht van intergenerationele relaties in de COVID-19 pandemie: een comparatieve studie. 01/11/2020 - 31/10/2021

Abstract

Tijdens de pandemie van 2020 hebben experts verwezen naar de "veranderende" of zelfs "schadelijke" impact van lockdowns op gezinsrelaties. De meeste claims waren gebaseerd op anekdotisch bewijs of, op zijn best, op kleinschalige, niet-representatieve onderzoeken. Deze studie zal daarentegen inzicht verwerven in intergenerationele relaties op basis van nationaal representatieve steekproeven in een Europees vergelijkend perspectief. Intergenerationele relaties verdienen bijzondere aandacht, gezien de behoefte aan (zelf)isolatie groter was onder ouderen tijdens de virusuitbraak. Tegelijkertijd zijn ouderen sterk afhankelijk van interpersoonlijke contacten, vermits familieleden cruciaal zijn voor hun sociaal netwerk, ondersteuningsaanbod en welzijn. Daarom kijkt de ouderenpopulatie tegen een dubbele uitdaging aan: de impact van besmetting en, indirect, de problemen van sociale isolatie door quarantaine. Deze studie heeft tot doel de gewijzigde kwetsbaarheden in familierelaties te onderzoeken. De belangrijke vraag rijst of intergenerationele relaties worden versterkt of verzwakt en hoe gezinskenmerken daarbij een rol spelen. Het project bestudeert 3 aspecten: intergenerationeel contact, informele steun en welzijn met een focus op gender, gezinssamenstelling en sociaaleconomische status. Aan de hand van de COVID-19 SHARE-enquête voor 50.000 Europeanen van 50+, uit 27 landen, gaan we ook in op de heterogeniteit in pandemie-gerelateerd beleid en sociale contexten in Europa.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

FAMILIALE SOLIDARITEIT 2.0: op weg naar een vernieuwde solidariteit in diverse gezinsvormen. 01/10/2020 - 30/09/2024

Abstract

Het concept 'familie' is de afgelopen decennia ingrijpend veranderd. Er is een toenemend aantal constellaties van samenleven (partnerschappen) en opvoeding van kinderen (ouderschap), waardoor het moeilijk is om te bepalen wat een gezin nu een 'gezin' maakt. De vele mogelijke combinaties van partnerschap en ouderschap in onze pluriforme samenleving vereisen dat we het gezin beschouwen als een vloeiend concept dat verder gaat dan de enge juridische en biologische begrippen en definities. We noemen dit "Family 2.0". De complexiteit van Family 2.0 heeft de solidariteitsbeginselen binnen families en tussen generaties zodanig veranderd dat de huidige juridische en sociale kaders, beleidsmaatregelen en instellingen er niet langer mee overeenstemmen. Family 2.0 roept nieuwe vragen en problemen op, zoals wie voor wie moet zorgen, onder welke voorwaarden en hoe het beleid hierop moet reageren. Het Belgische familierecht is te verouderd om nieuwe problemen met solidariteit in Family 2.0 aan te pakken, met name wat betreft (financiële) onderhoudsverplichtingen. Juridische, morele en sociale vragen, zoals wie tot wanneer precies tot het gezin behoort, of wie welke verplichtingen of claims heeft, blijven grotendeels onbeantwoord voor complexe gezinnen in België. Daarom zijn rechten, plichten en verantwoordelijkheden tussen familieleden, vooral voor intergenerationele zorg, ambivalent en betwist door verschillende stakeholders. Het doel van dit project is bijgevolg de basis te leggen voor een nieuw wettelijk en sociaal kader voor intergenerationele familiesolidariteit, die wij FamSol 2.0 noemen. We onderzoeken hoe hedendaagse solidariteit in complexe gezinnen eruit ziet, wat de uitdagingen zijn en hoe intergenerationele familiesolidariteit bevorderd kan worden. Om deze vragen te beantwoorden, combineren we de academische expertise van familieonderzoekers van UAntwerpen, UGent, KU Leuven en Artevelde Hogeschool met de inzichten en knowhow van onze maatschappelijke stakeholders.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

"Digital ageing": een kwaliteitsvol leven voor ouderen in de digitale samenleving. 01/10/2020 - 30/09/2024

Abstract

Digitalisering heeft een transformatie teweeg gebracht in hoe we onze sociale levens organiseren, nieuws en entertainment consumeren, romantische partners vinden en interageren met autoriteiten. Millenials vinden voortdurende connectie met de digitale wereld een essentieel element van hun dagelijkse leven, maar voor vele oudere mensen voelt dat eerder ongemakkelijk aan. Wanneer diensten naar het internet verschuiven, worden dagdagelijkse klusjes zoals bankieren, shoppen of papierwerk plots bijna onmogelijk voor ouderen die de technische gebruikersinterfaces niet beheersen. Concepten als "digitale kloof" en "digitale ongeletterdheid" verwijzen naar het feit dat er door digitalisering ouderen uitgesloten of achtergelaten zijn. Gezien de recente vooruitgang in artificiële intelligentie, internet of things en robotisering, zal de digitalisering nog intensiever worden. Onder zulke omstandigheden wordt verbeterde digitale inclusie van ouderen een primaire doelstelling. Het overkoepelende thema voor dit interdisciplinair SBO-project is de vraag hoe een goed leven voor ouderen in de digitaliserende samenleving mogelijk is. Oudere mensen worden vaak afgebeeld als hulpeloze slachtoffers die de voordelen van computers, internet en sociale media ontzegd worden. Maar de bevolkingsgroep van ouderen is heterogeen en hun digitale vaardigheden en sociale noden zijn dit evenzeer. In dit project willen we daarom bestuderen hoe de alomtegenwoordigheid van apps en digitale toestellen het leven van ouderen verandert maar ook kan verbeteren. In nauwe samenwerking met maatschappelijke stakeholders en deelnemende ouderen willen wij bijdragen aan de demystificatie van digitale technologie, ouderen helpen de huidige barrières en exclusiemechanismen te overwinnen en hen helpen mee te genieten van de voordelen van de digitale samenleving. Tegelijkertijd willen we een kritisch-reflexieve houding tegenover de valkuilen en risico's van digitale technologie helpen bevorderen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

GOLF-2 van de multi-actor panel studie Scheiding in Vlaanderen. 01/05/2020 - 30/04/2024

Abstract

Het interuniversitair onderzoeksconsortium "Scheiding in Vlaanderen" bestudeert sinds 2006 levensloopgebeurtenissen inzake gezinsvorming en -ontbinding. Specifieke aandacht gaat uit naar nieuwsamengestelde en eenoudergezinnen. De meest recente populatiegebaseerde informatie in Vlaanderen betreft de cross-sectionele surveydata die het consortium in 2009- 2010 (golf 1) verzamelde. Om de tijdsorde in de mechanismen achter deze belangrijke levensloopgebeurtenissen te ontleden, zijn longitudinale data echter onmisbaar. In golf 2 zullen alle respondenten opnieuw gecontacteerd worden. Niet alleen (ex-)partners maar ook hun kinderen, hun ouders en eventuele nieuwe partners worden hierbij uitgenodigd deel te nemen aan deze grootschalige survey. (Echt)scheiding belangt immers niet alleen twee partners maar tegelijk ook het hele familienetwerk aan. Deze representatieve golf-2 data, die verzameld zullen worden volgens internationale kwaliteitsstandaarden, worden gratis ter beschikking gesteld voor de academische wereld. Onderzoeksactiviteiten inzake maatschappelijke dienstverlening zullen eveneens gesteund worden door het consortium.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

EF63 Survey Informele Zorg in Vlaanderen. 15/12/2019 - 31/12/2021

Abstract

Het doel van dit onderzoek is een terugkerend cijfermatig beeld te verwerven van verschillende informele zorgvormen bij Vlamingen van 18 jaar en ouder. Om veranderingen doorheen de tijd vast te stellen is het de bedoeling om dit surveyonderzoek 4 tot 5-jaarlijks te herhalen. We richten ons hierbij op informele zorg als proces, wat betekent dat we zowel de determinanten van het verlenen en ontvangen van (potentiële) informele hulp, de actuele praktijken en gevolgen in kaart brengen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Single in Europa – Een longitudinale, vergelijkende studie naar single-zijn. 01/12/2019 - 30/11/2023

Abstract

De laatste decennia zagen we opmerkelijke demografische verschuivingen met betrekking tot de vorming van romantische relaties, de ontbinding ervan, en de opkomst van alternatieve leefvormen en samenwoonvormen (Mortelmans, Matthijs, Alofs, & Segaert, 2016). Het onderzoek toont eensgezind aan date r een verschuiving van het verlaten van het ouderlijke huis plaats vindt, alsook van het huwen en het krijgen van kinderen. Het aantal huwelijken krimpt verder in terwijl de echtscheidingscijfers blijven stijgen net als het aantal ongehuwden die formeel of informeel samenwonen. Tevens zien we een sterke stijging in het aantal alleenstaande huishoudens in nagenoeg alle landen, die slechts deels te wijten is aan de toenemende levensverwachting en verweduwing (e.g. Eurostat, 2017). In België bijvoorbeeld woont één derde in een huishouden als alleenstaande, voor Brussel is dat zelfs één op twee inwoners. Voorspellingen geven aan dat dit aandeel zal toenemen tot de helft van de populatie tegen 2060 (Federaal Planbureau, 2016). Deze trend is niet alleen zichtbaar in België maar in heel Europa (en daarbuiten). Nochtans is het onderzoek naar alleenstaande huishoudens zeer beperkt en cross-nationaal nagenoeg onbestaande. In dit project zullen we inzichten verwerven in de determinanten en trajecten van singles in Europa. Hiervoor zullen we longitudinale en vergelijkende methoden gebruiken om alleenstaanden in Europa in kaart te brengen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Een diepere exploratie naar het het beslissingsmakingsproces van moeders betreffende hun dochter's genitale besnijdenis. 01/12/2019 - 01/12/2021

Abstract

Kwantitatief onderzoek toont aan dat medicalisering van VGV samen gaat met hogere sociale posities van moeders. We willen dit kwantitatief onderzoek aanvullen met kwalitatief onderzoek, wat samen een sequentieel verklarend model met gemende methoden vormt. Het kwalitatief deel doelt er op te begrijpen welke verklaring er schuilt achter de associatie tussen moeders sociale positie, sociale normen en hun besluitmaking rond medicalisering van VGV. We willen exploreren hoe de besluitvorming rond moeders hun dochters VGV gebeurt, en welke factoren hier een belangrijke rol spelen. We bekijken hiertoe de attitudes en bestaande percepties ronde zowel VGV als medicalisering van VGV. Het doel is inzicht te verschaffen in het besluitmakingsproces van moeders rond hun dochters VGV.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Arbeidsmarktparticipatie bij vrouwen en echtscheiding: oorzaken en gevolgen. 01/10/2019 - 30/09/2021

Abstract

Lang werd aangenomen, door zowel sociologen als economen, dat de spectaculaire stijging in (vooral Westerse) echtscheidingen sinds de jaren 60 van de vorige eeuw, een direct gevolg waren van een evenzeer dramatische stijging in de arbeidsmarktparticipatie van vrouwen. Te verwachten valt dat de negatieve financiële gevolgen van echtscheidingen daardoor gedaald zijn doorheen de tijd, aangezien vrouwen meer zelfvoorzienend zijn geworden. Het is echter onduidelijk of deze evolutie enkel toegeschreven kan worden aan de economische onafhankelijkheid van vrouwen en of deze evolutie gelijklopend is voor alle vrouwen. Dit onderzoek heeft wee doelstellingen. Eerst, aangezien de verwachtingen over de 'rol' van mannen en vrouwen in het huishouden is veranderd, onderzoeken we hoe de verdeling van zowel betaalde – als huishoudelijke arbeid het echtscheidingsrisico beïnvloedt. Een tweede doel is het zoeken naar factoren die de financiële ongelijkheden tussen vrouwen na een relatiebreuk veroorzaken of bestendigen. Extra aandacht wordt hierbij gegeven aan het onontgonnen terrein van "anticipatie". Vrouwen die een relatiebreuk verwachten zouden bewust voorzorgen kunnen nemen om beter om te gaan met de negatieve gevolgen van de breuk. Onderzoek dat nalaat om te controleren voor anticipatie leidt tot positief vertekende conclusies over de sterkte van de causale relatie tussen vrouwelijke arbeidsmarktparticipatie en echtscheidingsrisico's. Anderzijds leidt het groeperen van vrouwen die al dan niet anticipeerden tot een onderschatting van de negatieve financiële gevolgen van echtscheidingen aangezien de timing van hun verwerkingsproces verschilt.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderzoek naar de transitie en uitsluiting van alleenstaande moeders in de samenleving (STRESS-mums) 02/09/2019 - 01/09/2021

Abstract

Alleenstaand ouderschap wordt in toenemende mate als sociaal probleem erkend. Dat is niet alleen omdat de incidentie toeneemt maar ook omdat het leidt naar heel diverse profielen van gescheiden vrouwen wiens burgerschap aangetast kan worden. Er is weinig geweten over de sociale relaties en praktijken die al dan niet bijdragen tot de bescherming en sociale inclusie van alleenstaande moeders. Dit alles start bij de cruciale transitie naar alleenstaand ouderschap: de juridische uitspraak.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Zo broer, zo zus: Hoe broers en zussen invloed uitoefenen op mekaars levensloop. 01/01/2019 - 31/12/2022

Abstract

Of en hoe het gezin van herkomst iemands latere levensloop beïnvloedt, is een fundamentele vraag in de sociale wetenschappen. Intergenerationele invloeden zijn al eerder bestudeerd in levensloopgebeurtenissen zoals het verlaten van het ouderlijk huis, gezinsvorming en gezinsontbinding. Maar eerder onderzoek heeft zich alleen gericht op hoe kinderen de familiedynamiek van hun ouders imiteren (dat wil zeggen intergenerationele overerving). In dit project verleggen we de focus van intergenerationele naar intragenerationele invloeden in gezinnen. Het voorgestelde project bestudeert of en hoe broers en zussen elkaars levelsoopgebeurtenissen beïnvloeden. We beschouwen broers en zussen als belangrijke sociale banden en putten uit het levensloopperspectief en sociale netwerktheorie om te veronderstellen hoe broers en zussen elkaars kansen beïnvloeden om het ouderlijk huis te verlaten, een gezin te vormen of hun relatie te ontbinden. Het project maakt gebruik van een sequentiële QUAN-qual mixed methods-benadering. Voor het QUAN-deel gebruiken we gegevens van Belgische administratieve data, afkomstig van de Kruispuntbank voor Sociale Zekerheid. Dit stelt ons in staat om broers en zussen doorheen de tijd te volgen en hun gezinsdynamiek te modelleren met event history methoden. Voor het kwalitatief gedeelte worden gegevens uit diepte-interviews verzameld om meer inzicht te krijgen in de objectieve en subjectieve factoren die de effecten van broers en zussen op deze drie levenslooptransities beïnvloeden. Het project draagt bij aan de literatuur door zich te richten nieuwe manieren waarin de familie van oorsprong levenslooppaden beïnvloedt.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

PROMISE: Het optimaliseren van Pre-Exposure Prophylaxis (PrEP) om de impact te maximaliseren. 01/01/2019 - 31/12/2022

Abstract

De impact van een HIV-diagnose op het leven van het individu en dat van zijn familie is groot. Daarom is het belangrijk nieuwe infecties te vermijden. Pre-Exposure Prophylaxis (PrEP) biedt een nieuwe kans in de preventie van HIV. Het huidige onderzoek wil kijken hoe PrEP het best kan geïmplementeerd worden in Vlaanderen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Opschalen van een geïntegreerd zorgpakket voor diabetes en hypertensie voor kwetsbare mensen in Cambodja, Slovenië en België (SCUBY). 01/01/2019 - 31/12/2022

Abstract

Waarom? Veel landen worstelen om de beste manier te vinden om hypertensie en type 2 diabetes te behandelen. Daarom ontvangen veel patiënten suboptimale zorg, vooral kwetsbare groepen in de samenleving. SCUBY is uniek omdat het leert van best practices: vergelijken en onderling leren zal leiden tot roadmaps die beleidsmakers zullen helpen bij het inzetten van best practices en het verbeteren van standaardzorg voor deze gezondheidsproblemen. Wat? De kern van dit vier jaar durende project is het opschalen van een geïntegreerd zorgpakket met vijf componenten: (a) identificatie van mensen met hypertensie en / of diabetes type 2 en daaropvolgend (b) behandeling in de eerstelijn (c ) gezondheidseducatie en (d) ondersteuning betreffende zelfmanagement aan patiënten en zorgverleners, en (e) samenwerking tussen zorgverleners. Speciale aandacht wordt besteed aan kwetsbare patiënten en de betrokkenheid van hun zorgverleners. We streven naar een sterke opschaling en verhoogde diabetes- en hypertensiecontrole in elk land. Hoe? We gaan in gesprek met belangrijke beleidsmakers op alle niveaus, om kansen en barrières te identificeren voor het implementeren van best practices op grotere schaal en om implementatie te ondersteunen die relevant is voor de context van elk land. We zullen evalueren hoe deze zorgpakketten van invloed zijn op de resultaten en efficiëntie van het opschalen in elk betrokken land. De lessen over opschalen zullen ten goede komen aan beleidsmakers in andere landen met een vergelijkbare context. Wie? Vijf onderzoeksgroepen bestuderen drie verschillende soorten landen: een laag-middeninkomensland met een gezondheidszorgsysteem in ontwikkeling (Cambodja), een voormalig socialistisch hooginkomensland met een gecentraliseerd gezondheidssysteem (Slovenië) en een West-Europees federaal land met een gedecentraliseerd systeem voor eerstelijnszorg (België). SCUBY is een gezamenlijk 4-jarig onderzoeksproject gefinancierd door EC Horizon 2020

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het uitbouwen van capaciteit om de zorg voor Diabetes Type II te optimaliseren in Cambodja: een kwantitatieve studie 01/01/2019 - 31/12/2022

Abstract

Cambodja wordt geconfronteerd met een ernstige en groeiende diabetes epidemie, die wordt gereflecteerd in een stijging van de diabetesgerelateerde mortaliteit met 42.9% tussen 2005 en 2016. De epidemie plaats een ernstige rem op de economische en sociale ontwikkeling van het land. Het publieke gezondheidssysteem van Cambodja is gemoduleerd om acute aandoeningen te behandelen en is bijgevolg niet geschikt om dit nieuwe chronische gezondheidsprobleem op een duurzame manier aan te pakken. Het voorgestelde project wil dit probleem aanpakken in samenwerking met twee lokale actoren - NIPH en MoPoTsyo - om aldus contextspecifieke strategieën te ontwikkelen om omvattende en aangepaste diabeteszorg aan te bieden. Meer specifiek wil het project (1) onderzoeken hoe de huidige initiatieven verschillen van het optimale WHO ICCC framework, (2) nagaan hoe deze verschillen zich vertalen in suboptimale gezondheidsuitkomsten, en (3) plannen ontwikkelen om (samen met de stakeholders) de tekortkomingen van de huidige zorg te overwinnen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Een gender perspectief op zorg: een dynamische en systemische benadering van intergenerationele solidariteit. 01/01/2019 - 31/12/2022

Abstract

De sociologische studie van intergenerationele solidariteit concentreert zich voornamelijk op het type zorg en de intensiteit ervan bij volwassen kinderen en hun ouders. Voor opwaartse solidariteit (kinderen die voor hun ouders zorgen) werd reeds vastgesteld dat zorgarrangementen tot stand komen binnen de familie. Hoewel het individuele kinderen zijn die om hun ouders geven, is de hoeveelheid zorg die een kind biedt meestal het resultaat van een collectieve (gezins)beslissing. Gender valt op als een bepalende factor voor de zorg die een kind biedt. Vrouwen (dochters) krijgen, ten onrechte, hierbij vaker de zorg op zich, vooral in door mannen gedomineerde gezinnen. Een belangrijk kenmerk van mantelzorg is de veranderlijkheid ervan. Zorgverlening in families kan op elk moment worden heronderhandeld, vaak vanwege veranderingen in het leven van zorgverleners of veranderende behoeften van de zorgontvanger. Dit project onderzoekt de mate waarin zorgverlening onderhevig is aan verandering en hoe dit zich verhoudt tot de gendersamenstelling van kinderen en andere aspecten van de gezinscontext. Met behulp van een sterk uitgebouwd longitudinaal panel, streven we 4 doelen na: (1) onderzoeken in hoeverre de genderverhouding van broers en zussen van invloed zijn op het zorggebruik van ouders, (2) bekijken hoe de associatie loopt tussen deze genderverhouding en de stabiliteit van het zorgnetwerk voor volwassen-kindzorg (3) bestuderen hoe de stabiliteit en herverdeling van de mantelzorg zich verhoudt tot de genderverhouding van broers en zussen, en 4) onderzoeken hoe het zorgnetwerk en de zorgverdeling onder zussen wijzigt wanneer de zorgbehoeften van ouders veranderen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Arbeidsmigratie en Vergrijzing: een onderzoek naar de effectiviteit van de huidige inburgerings- en bemiddelingstrajecten voor nieuwkomers en personen met een migratieachtergrond in Vlaanderen. 01/10/2018 - 30/09/2022

Abstract

Tussen 2015 en 2030 worden de Europese welvaartstaten (waaronder België) geconfronteerd met de lange-termijn gevolgen van de babyboom en babybust in de tweede helft van de 20e eeuw: de grote cohorten geboren in 1950 en 1960 naderen gaandeweg de pensioenleeftijd, maar de instroom van de kleine cohorten geboren na 1970 is onvoldoende om een krimp van de beroepsbevolking te vermijden. Het rapport over vervangingsmigratie van de Verenigde Naties schatte in 2001 dat een aanzienlijk groei van migratie nodig zou zijn ten opzichte van de niveaus die gangbaar waren in de jaren 1990 om de beroepsbevolking in Europa op peil te houden. Tegen alle verwachtingen in en ondanks het scepticisme ten aanzien van de migratievooruitzichten van de Verenigde Naties is de migratie naar Europa sinds 2000 aanzienlijk toegenomen, waarbij de migratie de niveaus in de jaren 1950 en 1960 van de 20e eeuw inmiddels heeft overschreden met een aanzienlijke marge. In alle Europese landen blijft de werkzaamheidsgraad van personen met een migratieachtergrond echter aanzienlijk achter op het niveau van autochtonen, wat het scepticisme in het publieke debat ten aanzien van migratie verder voedt. Hoewel de oververtegenwoordiging van tweede en latere migranten in de werkloosheid en de oververtegenwoordiging van eerste generatie migranten in de sociale bijstand inmiddels overvloedig werd gedocumenteerd, is er tot nu toe slechts in beperkte mate onderzoek beschikbaar dat gebruik heeft kunnen maken van beschikbare registergegevens om het gebruik en het effect van activeringsprogramma's op de arbeidsmarktpositie van eerste, tweede en latere generaties migranten in detail te onderzoeken. Dit project maakt gebruik van een nieuwe onderzoeksinfrastructuur die werd ontwikkeld in het kader van een voorafgaand VIONA-project (Vlaamse overheid) waarbij longitudinale microgegevens van het departement inburgering, de dienst voor arbeidsbemiddeling en de registers van de sociale zekerheidsinstellingen aan elkaar werden gelinkt om de arbeidsmarkttrajecten te analyseren van zowel de populatie met een migratieachtergrond die reeds in het land verbleef (tweede en latere generaties) als de trajecten van nieuwe migranten die zich in de periode 2005-2015 in het land hebben gevestigd (eerste generatie, waaronder asielzoekers). Op basis van deze sterk innoverende onderzoeksinfrastructuur – en gegeven dat verschillende profielen migranten kunnen worden onderzocht – draagt dit project bij tot de literatuur over de effectiviteit van verschillende integratie- en activeringsmaatregelen, waarbij ook de variatie in de effectiviteit van dergelijke maatregelen in kaart wordt gebracht, aangezien de tweede en latere generaties migranten, eerste generatiemigranten (waaronder gezinsherenigers) en asielzoekers op de arbeidsmarkt met verschillende barrières worden geconfronteerd. Het project beoogt een verdere samenwerking met de regionale stakeholders die hebben bijgedragen tot de ontwikkeling van de onderzoeksinfrastructuur en tevens een sterke valorisatie van de onderzoeksresultaten in samenwerking met diverse lokale en regionale actoren actief in het domein van arbeidsmarktbeleid en inburgering.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Naar een duurzaam antwoord op de uitdagingen voor HIV preventie en behandeling in Zuid-Afrika: het huishouden als een gezondheidsbevorderende omgeving. 01/10/2018 - 30/09/2021

Abstract

Zuid-Afrika heeft er 7 miljoen HIV-positieve inwoners waarvan er 3.5 miljoen de levensreddende antiretrovirale (ARV) behandeling krijgt. De epidemie oefent bijgevolg een ontzettend zware druk uit op het nationale gezondheidssysteem. Gegeven de ernstige tekorten in gezondheidswerkers in de publieke sector, wordt de inzet van 'community health workers' (CHWs) steeds vaker genoemd als een essentiële component van een duurzaam publiek antiretroviraal programma. Recente systematic reviews bevestigen het potentieel van CHW programma's maar wijzen op zeer uiteenlopende onderzoeksresultaten wanneer het gaat om de effectiviteit van deze steun. Eerder werk van het huidige onderzoeksteam heeft aangetoond dat deze variabiliteit grotendeels wordt verklaard door de huidhoudcontext waarin de CHWs actief zijn – de steun van CHWs stimuleert therapietrouw in 'HIV competente' huishoudens maar werkt minder goed in minder competente huishoudens. Het huidige FWO project bouwt verder op deze kennisbasis en heeft bijgevolg als doel om een evidence-based interventie op het niveau van het huishouden te ontwikkelen en testen – in een cluster randomized controlled trial – die als doel heeft om (1) de huishoudens te stimuleren om 'HIV competente' huishoudens te worden en om aldus (2) de impact van de steun van CHWs op de individuele uitkomsten van de ARV behandeling te optimaliseren. De hieruit volgende kennis kan een zeer belangrijk element vormen van toekomstige interventies in landen in ontwikkeling omdat het stimuleren van de HIV competentie op het niveau van het huishouden een duurzame strategie zou kunnen zijn om de impact van reeds beloftevolle CHW interventies te optimaliseren – dit, in een context met beperkte middelen en een zeer hoge HIV-prevalentie, waar deze kennis het meest nodig is.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het misbruik van voorschriftplichtige stimulerende medicatie als leerpil door de Vlaamse studentenpopulatie: het proces van voorschrijven, verstrekken en verwerven. 01/10/2018 - 30/09/2021

Abstract

Uit een grootschalig onderzoek bij Vlaamse studenten blijkt dat een belangrijk deel van deze studenten (3 tot 10%) stimulerende medicatie –voornamelijk methylfenidaat zoals Rilatine, voorgeschreven om ADHD te behandelen– als een prestatieverhogend middel gebruikt. Los van de vraag of er in dit geval sprake is van oneerlijke concurrentie, kan het oneigenlijk gebruik van deze stimulantia ook schadelijke mentale en fysieke gezondheidseffecten hebben, waardoor het eveneens een onderzoeksprioriteit wordt. Hoewel we dus een zicht hebben op de prevalentie van dit oneigenlijk gebruik van stimulantia, is er bijna niets geweten over de karakteristieken van de gebruikers, de impact op het fysieke en mentale welzijn van de studenten en de psychosociale motieven van het misbruik van stimulerende middelen. Daarnaast verwachten we een hoger misbruik bij geneeskundestudenten, omwille van de sterk concurrerende omgeving waarin ze studeren en de gemakkelijke(re) toegang tot deze medicatie. Specifieke focus op de prevalentie en motieven van misbruik bij deze studentengroep is bijgevolg cruciaal. Bovendien is er een gebrek aan kennis over de aanbodszijde van dit volksgezondheidsprobleem. De voorgestelde studie heeft als doel om wetenschappelijke kennis te verzamelen over het misbruik van methylfenidaat in Vlaanderen. Meer bepaald zal het onderzoek trachten om de bovenvermelde onderzoeksnoden te lenigen: (1) welke groepen studenten misbruiken deze stimulantia en wat is de impact van dit misbruik op hun welzijn; (2) waarom stellen deze studenten dit gedrag; en (3) hoe geraken de studenten aan deze voorschriftplichtige geneesmiddelen? Het mixed-methods onderzoeksdesign bestaat uit 3 fasen, die elk 1 van de bovengenoemde onderzoeksdoelstellingen behandelen. Allereerst zal de beschikbare dataset van de kwantitatieve enquête bij Vlaamse studenten worden benut om de gebruikerspopulatie te identificeren en hun welzijn te meten (Studie 1). Op de tweede plaats zal een meer specifieke kwalitatieve en kwantitatieve dataverzameling worden uitgevoerd om de mechanismen die aan het misbruik ten grondslag liggen na te gaan (Studie 2). Hierbij zullen we eerst en vooral focussen op de studenten geneeskunde, vanwege een mogelijk hoger misbruik bij deze groep. Nadien zullen we ons richten tot alle studentengroepen. Hierbij zal een theoretisch model, beschreven in de literatuur, worden getest. Tenslotte zal een web-survey, alsook een kwalitatief onderzoek bij artsen en apothekers worden uitgevoerd om wetenschappelijke kennis over de aanbodszijde te genereren (Studie 3). Het voorgestelde onderzoek kan zowel theoretische als praktische implicaties hebben. Op theoretisch vlak is het de eerste studie die de complexe mechanismen ten grondslag aan het stimulantiamisbruik door studenten, zal exploreren. Praktisch gezien, zal de resulterende wetenschappelijke kennis ons in staat stellen om effectieve preventie-interventies op te stellen om de studenten van deze schadelijke gezondheidskeuzes te doen afzien.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Een experiment om de kloof tussen de gemeenschap en de HIV patiënt te verkleinen: een interventie die de intremediare rol van het huishouden onderzoekt. 01/01/2018 - 31/12/2021

Abstract

Zuid-Afrika heeft er 7 miljoen HIV-positieve inwoners waarvan er 3.5 miljoen de levensreddende antiretrovirale (ARV) behandeling krijgt. De epidemie oefent bijgevolg een ontzettend zware druk uit op het nationale gezondheidssysteem. Gegeven de ernstige tekorten in gezondheidswerkers in de publieke sector, wordt de inzet van 'community health workers' (CHWs) steeds vaker genoemd als een essentiële component van een duurzaam publiek antiretroviraal programma. Recente systematic reviews bevestigen het potentieel van CHW programma's maar wijzen op zeer uiteenlopende onderzoeksresultaten wanneer het gaat om de effectiviteit van deze steun. Eerder werk van het huidige onderzoeksteam heeft aangetoond dat deze variabiliteit grotendeels wordt verklaard door de huidhoudcontext waarin de CHWs actief zijn – de steun van CHWs stimuleert therapietrouw in 'HIV competente' huishoudens maar werkt minder goed in minder competente huishoudens. Het huidige FWO project bouwt verder op deze kennisbasis en heeft bijgevolg als doel om een evidence-based interventie op het niveau van het huishouden te ontwikkelen en testen – in een cluster randomized controlled trial – die als doel heeft om (1) de huishoudens te stimuleren om 'HIV competente' huishoudens te worden en om aldus (2) de impact van de steun van CHWs op de individuele uitkomsten van de ARV behandeling te optimaliseren. De hieruit volgende kennis kan een zeer belangrijk element vormen van toekomstige interventies in landen in ontwikkeling omdat het stimuleren van de HIV competentie op het niveau van het huishouden een duurzame strategie zou kunnen zijn om de impact van reeds beloftevolle CHW interventies te optimaliseren – dit, in een context met beperkte middelen en een zeer hoge HIV-prevalentie, waar deze kennis het meest nodig is.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De rol van het huishouden in de zorg voor HIV patiënten: het ontwikkelen en testen van een interventie die optimaal gebruik maakt van de intermediare rol van huishoudens bij de gemeenschapssteun voor chronische HIV zorg. 01/01/2018 - 31/12/2021

Abstract

Zuid-Afrika heeft er 7 miljoen HIV-positieve inwoners waarvan er 3.5 miljoen de levensreddende antiretrovirale (ARV) behandeling krijgt. De epidemie oefent bijgevolg een ontzettend zware druk uit op het nationale gezondheidssysteem. Gegeven de ernstige tekorten in gezondheidswerkers in de publieke sector, wordt de inzet van 'community health workers' (CHWs) steeds vaker genoemd als een essentiële component van een duurzaam publiek antiretroviraal programma. Recente systematic reviews bevestigen het potentieel van CHW programma's maar wijzen op zeer uiteenlopende onderzoeksresultaten wanneer het gaat om de effectiviteit van deze steun. Eerder werk van het huidige onderzoeksteam heeft aangetoond dat deze variabiliteit grotendeels wordt verklaard door de huidhoudcontext waarin de CHWs actief zijn – de steun van CHWs stimuleert therapietrouw in 'HIV competente' huishoudens maar werkt minder goed in minder competente huishoudens. Het huidige FWO project bouwt verder op deze kennisbasis en heeft bijgevolg als doel om een evidence-based interventie op het niveau van het huishouden te ontwikkelen en testen – in een cluster randomized controlled trial – die als doel heeft om (1) de huishoudens te stimuleren om 'HIV competente' huishoudens te worden en om aldus (2) de impact van de steun van CHWs op de individuele uitkomsten van de ARV behandeling te optimaliseren. De hieruit volgende kennis kan een zeer belangrijk element vormen van toekomstige interventies in landen in ontwikkeling omdat het stimuleren van de HIV competentie op het niveau van het huishouden een duurzame strategie zou kunnen zijn om de impact van reeds beloftevolle CHW interventies te optimaliseren – dit, in een context met beperkte middelen en een zeer hoge HIV-prevalentie, waar deze kennis het meest nodig is.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Voor een betere gezondheid bij universiteits- en hogeschoolstudenten: een onderzoek naar de samenhang tussen sociale steun, studiestress, middelengebruik en mentale gezondheid overheen de verschillende studieprogramma's. 01/10/2017 - 30/09/2021

Abstract

Achtergrond: In het huidige België, is de universiteits- en hogeschoolervaring een belangrijke transitieperiode geworden in de levensloop van studenten. Cultureel gezien, zijn deze jaren een periode van overgang, experimenteren en risicovol gedrag. Deze transitieperiode is niet zonder risico: met name in de Verenigde Staten wordt meer en meer aandacht geschonken aan verhoogde stresssituaties die door universiteits- en hogeschoolstudenten worden ervaren en die verband kunnen houden met toegenomen druggebruik en geestelijke gezondheidsproblemen. Nochtans is er weinig geweten over de onderlinge verbanden tussen stress, middelengebruik en geestelijke gezondheid bij de Vlaamse studentenpopulatie, waardoor de nood aan onderzoek rond dit belangrijke gezondheidsprobleem bij studenten duidelijk wordt. Bovendien leven en studeren studenten niet in een sociaal isolement: ze worden omgeven door 'peers' en zijn ingebed in studieprogramma's. Deze context kan potentieel de onderlinge verbanden tussen studiestress, middelengebruik en mentale gezondheidsproblemen veranderen: (1) sociale ondersteuning als een potentiële buffer en (2) de kenmerken van het studieprogramma als een belangrijk element dat kan leiden tot variabiliteit tussen de studieprogramma's. Er is echter weinig geweten over de impact van deze sociale en organisatorische factoren op de beschreven onderlinge verbanden. Doelstellingen: Het huidige BOF DOCPRO Bonus-project heeft als bedoeling om deze tekortkomingen aan te pakken door de impact te onderzoeken van studentenstress op zowel de mentale gezondheid als middelenmisbruik, mede rekening houdend met de invloed van voor de student beschikbare online en off-line sociale ondersteuning en de verschillen tussen de diverse studieprogramma's. Methoden: Meer specifiek, willen we (1) door gebruik te maken van de dataset van de studie 'In hogere sferen', versie 2017 (verwachte n = ongeveer 20.000), de onderlinge verbanden onderzoeken tussen studiestress, het gebruik van drie verschillende middelen (stimulantia, voorschriftplichtige slaapmiddelen en cannabis) en mentale gezondheidsproblemen. (2) We zullen Structural Equation Models (SEM) gebruiken om na te gaan welk theoretisch model het best de rol van de online en off-line steun in deze onderlinge verbanden simuleert: een direct effect, een indirect effect (via studiestress) of een buffereffect (met impact op de relatie tussen stress en middelengebruik/mentale gezondheid). (3) Ten laatste zullen we multipele groep SEM toepassen om na te gaan hoe deze verbanden verschillen doorheen de verschillende studieprogramma's: hebben verschillen in kennisniveau en competitie een invloed op deze onderlinge verbanden? De laatste twee onderzoeksvragen zullen worden behandeld door gebruik te maken van nieuw verzamelde gegevens bij de studenten van de Associatie Universiteit en Hogescholen Antwerpen. Verwachte resultaten: Dit projectvoorstel kan zowel theoretische als praktische implicaties hebben. Theoretisch is het de eerste studie die de complexe mechanismen exploreert die ten grondslag liggen aan middelengebruik en mentale gezondheid bij een grote studentenpopulatie – met speciale aandacht voor de rol van sociale en organisatorische determinanten. Praktisch zal de wetenschappelijke kennis die uit de studie voortvloeit, het potentieel mogelijk maken om met de gepaste effectieve preventieve interventies de studenten te helpen om studiestress te beheersen en schadelijke gezondheidskeuzes en mentale gezondheidsproblemen te vermijden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Psychische spanningen bij ouders: een vergelijkend onderzoek naar Europese kinderzorgsystemen. 01/10/2017 - 30/09/2021

Abstract

Kinderen brengen vreugde, maar ook stress, vooral onder werkende ouders die werk en kinderzorg moeilijk combineren. Dit onderzoeksvoorstel stelt een aantal stappen voor om na te gaan hoe Europese verzorgingsstaten verschillen in de manier waarop ze de combinatie werk-gezin faciliteren. Sommige Europese welvaartsstaten activeren ouders op de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld door uitgebreide publieke kinderopvang te organiseren. Andere Europese verzorgingsstaten zetten eerder in op ouderschapsverloven, waarmee ze kinderzorg zoveel mogelijk binnen het gezin trachten te houden. Sommige Europese welvaartsstaten combineren beide benaderingen, terwijl anderen de kinderzorg gedragen door gezinnen volledig negeren. In het huidige voorstel onderzoeken we hoe deze Europese variaties in aanpak het psychisch welbevinden van ouders beïnvloedt. Daarbij vergelijken we verschillende typen van huishoudens, bijvoorbeeld het mannelijk kostwinnershuishouden met het tweeverdienershuishouden of alleenstaande ouderhuishoudens. Tot slot kijken we hoe opvang verstrekt door grootouders zich verhoudt ten opzichte van dit kinderzorgbeleid.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Naar een betere arbeidsmarktpositie voor mensen met een migratieachtergrond (IMMIGBEL). 15/12/2016 - 30/06/2022

Abstract

Dit project beoogt het inzicht in socio-economische trajecten van personen met een migratie-achtergrond te verbeteren door simultaan te focussen op drie niveaus (tevens work packages): i) het individuele niveau, ii) het huishoudens- en iii) het bedrijfsniveau. Niettegenstaande een uitgebreide internationale literatuur waarin de arbeidsmarktuitkomsten en –trajecten onder de loupe worden gehouden, is vooralsnog geen sluitende verklaring voorhanden waarom het personen met een migratieachtergrond vaak slechter vergaat dan autochtonen. De human capital benadering stelt dat het belang van onderwijs aldoor toeneemt, en dat laaggeschoolden disproportioneel worden getroffen in een context waar vooral de vraag naar hooggeschoolde arbeid is toegenomen (Katz and Autor, 1999; Baldwin and Beckstead, 2003). Vooral eerste generatiemigranten beschikken vaak over lagere of andere kwalificaties dan die vereist in Westerse arbeidsmarkten (Heath and Cheung, 2007). Andere verklaringen geven aan dat de human capital theorie ontoereikend blijkt om de wisselende mate van arbeidsmarktintegratie van nieuwkomers te verklaren (Neels, 2001; Euwals et al. 2007; Baert and Cockx, 2013). Ook de theorieën die wijzen op gesegmenteerde assimilatie blijken minder optimistisch over de relevantie van onderwijs en gerelateerde factoren in het verklaren van de arbeidsmarktachterstand van eerstegeneratiemigranten. Waar sommige migranten beschikken over een breed scala aan mogelijkheden, worden anderen geconfronteerd met achterstelling, waaronder beperkte toegang tot sociale netwerken en/of discriminatie (Fuller 2001, Kalleberg en Soresen 1979, Heath & Cheung 2007). Ook een rigide regeling van de arbeidsmarkt die het aanwerven en ontslaan van medewerkers relatief duurder maakt, speelt vaak in het nadeel van personen met een migratieachtergrond, voor wie de waarde van het menselijke en culturele kapitaal vaak moeilijker kan worden ingeschat (Kogan, 2006). De focus op individuele kenmerken wordt in dit project om die reden aangevuld met een focus op dynamieken binnen huishoudens en bedrijven die de arbeidsmarktpositie van personen met een migratieachtergrond beïnvloeden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Afgelopen projecten

Uitvoering van veldwerk voor het Belgisch Nationaal Verkiezingsonderzoek en Belgische Etnische Minderheden Verkiezingsonderzoek 2019. 01/08/2019 - 31/12/2020

Abstract

Dit project omvat het veldwerk voor het Belgische Etnische Minderheden Verkiezingsonderzoek . Het project maakt gebruik van het interviewernetwerk van het Centrum voor Demografie, Familie en Gezondheid. Het veldwerk zal uitgevoerd worden in de stad Antwerpen in de periode okt 2019 - feb 2020.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Veldwerk voor het Belgisch nationaal verkiezingsonderzoek (perceel 1 en 3). 01/08/2019 - 31/07/2020

Abstract

Dit project omvat het veldwerk voor het Belgisch nationaal verkiezingsonderzoek. Het project maakt gebruik van het interviewernetwerk van het Centrum voor Demografie, Familie en Gezondheid. Het veldwerk zal uitgevoerd worden in Vlaanderen in de periode okt 2019 - feb 2020.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Vervolgonderzoek Samenleven in Diversiteit. 01/03/2019 - 31/08/2019

Abstract

Superdiversiteit staat centraal in het Vlaanderen van vandaag. Deze diversiteit impliceert dat het aantal personen met een buitenlandse herkomst gestaag toeneemt, maar ook dat de populatie met een vreemde herkomst heterogener wordt. Meten is weten. Om beleid te kunnen afstemmen op deze superdiversiteit is het essentieel om de positie van groepen met een migratieachtergrond op verschillende domeinen te observeren en te analyseren. om zicht te krijgen op domeinen die niet onderzocht kunnen worden op basis van variabelen beschikbaar in administratieve databanken, lanceerde de Vlaamse Overheid in 2017 de Samenleven in Diversiteit (SID) bevraging (Stuyck et al., 2018). Deze survey richt zich in het bijzonder op personen met een Marokkaanse, Turkse, Poolse, Roemeense en Congolese herkomst, groepen die typisch ondervertegenwoordigd blijven in andere bevragingen. Dit onderzoek behandelt diversiteit en integratie als transversale concepten die betrekking hebben op een breed scala thema's en beleidsdomeinen. In dit vervolgonderzoek focussen we op diversiteit en integratie in individuele gedragingen, attitudes en ervaringen. We onderscheiden zeven samenlevingsdomeinen: (1) opvoeding en onderwijservaringen van kinderen, (2) arbeidsmarktposities, (3) taalkennis en taalgebruik, (4) inburgering, (5) diversiteit en sociale contacten, (6) sociale participatie en (7) houdingen t.o.v. diversiteit en geloof in de samenleving. Vier onderzoeksdoelen staan centraal in dit project: 1. Operationaliseren van het concept 'heterogeniteit naar migratieachtergrond' in de SID-steekproef; 2. Documenteren van variatie naar migratieachtergrond in de zeven samenlevingsdomeinen; 3. Bestuderen in welke mate variatie in de zeven samenlevingsdomeinen naar migratieachtergrond verklaard kan worden door socio-demografische achtergrondkenmerken, socio-economische eigenschappen of socio-culturele profielen; 4. De onderlinge dynamiek tussen de samenlevingsdomeinen in kaart brengen, met bijzondere aandacht voor "spill-over" effecten voor groepen met een migratieachtergrond.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

HIV competent huishouden als een duurzaam antwoord op de preventie en behandelingsuitdagingen in Zuid-Afrika: een longitudinaal kwalitatief onderzoek. 01/01/2019 - 31/12/2019

Abstract

7 miljoen HIV patiënten, overvolle wachtzalen, te weinig dokters. Dat is de harde realiteit in de Zuid-Afrikaanse gezondheidszorg. De overheid worstelt met de vraag hoe ze de groeiende groep van patiënten met HIV moet opvangen. Daarvoor roept men de hulp in van duizenden zogenaamde community health workers, laagopgeleide mensen, veelal vrouwen, die een beperkte opleiding genoten, om steun te bieden aan de HIV patiënt thuis. Op die manier probeert men de overbelaste ziekenhuizen te ontzien en de meest kwetsbare patiënten in de Zuid-Afrikaanse townships te bereiken. Echter, de preventie en behandeling van HIV blijven een uitdaging in het hedendaagse Zuid-Afrika. In dit onderzoeksproject, gaan we na aan de hand van longitudinale kwalitatieve interviews of het huishouden soelaas kan bieden bij deze uitdagingen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Een onderzoek naar het beslissingsproces bij moeders omtrent de medicalizering van vrouwelijke genitale verminking 01/01/2019 - 31/12/2019

Abstract

Het doel van mijn promotieonderzoek is om een ​​diepgaande studie uit te voeren naar de medicalisering van FGC. Op basis van een uitgebreid literatuuronderzoek heb ik de volgende hypothesen ontwikkeld: H1. Medicalisering van FGC wordt gestratificeerd naar sociaal-economische status; vanwege zowel financiële mogelijkheden als toegenomen kennis over het gezondheidszorgsysteem en mogelijke gezondheidsrisico's van FGC. H2. Medicalisering van FGC werkt op zichzelf als een statussymbool. Het economische vermogen van moeders om hun dochter in een medische context te besnijden, kan bijdragen aan hun sociale status. H3. Medicalisering van FGC werkt als een strategie voor schadebeperking. Wanneer de sociale druk om te snijden groot is, kunnen vrouwen kiezen voor een medische cut (in plaats van helemaal niet te knippen) om de sociale druk op een veiligere alternatieve manier te conformeren. H4. Medicalisering van FGC werkt zelf als een sociale norm. Gemedicaliseerde FGC is de dominante culturele kijk geworden op hoe FGC moet worden uitgevoerd.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Evaluatie van de werking m.b.t. seksuele gezondheid bij sub-saharaanse Afrikaanse migranten. 20/12/2018 - 31/10/2019

Abstract

Dit project gaat na of de terreinwerking ter bevordering van de seksuele gezondheid bij sub-Saharaanse Afrikaanse migranten (SAM) de noden van de SAM dekt in Vlaanderen. Op basis van de resultaten van de document-analyse en het kwalitatief onderzoek (key informant interviews en focus groep discussies), zal het onderzoeksteam aanbevelingen formuleren voor de toekomstige terreinwerking voor SAM.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Opstellen en uitsturen van een tevredenheidsenquête onder de leden van het COV. 01/10/2018 - 30/11/2018

Abstract

Tevredenheidsenquëte onder leden van het COV. De enquête wordt via Qualtrics afgenomen onder de leden en nadien geanalyseerd en verwerkt tot een onderzoeksrapport. Nadien wordt in overleg met het COV bekeken welke maatregelen er genomen kunnen worden om de dienstverlening te verbeteren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De ontwikkeling van een administratief socio-demografisch panel om werk-gezin-dynamieken te bestuderen. 01/04/2018 - 31/03/2019

Abstract

Het uitbouwen van een professionele carrière en het stichten van een gezin zijn twee vaak voorkomende levensdoelen. Bijgevolg wekt de relatie tussen werk en gezin steeds veel aandacht van sociale wetenschappers. Deze interesse wordt verder versterkt door de opkomst van het tweeverdienersmodel en steeds uitgebreider gezinsbeleid ter ondersteuning van de combinatie werk-gezin. Bestaand onderzoek toont aan dat wederzijdse negatieve effecten tussen tewerkstelling en gezinsvorming vooral in Noordwest Europese landen met een uitgebreid werk-gezinsbeleid afzwakken. Dit lijkt er op te wijzen dat beleidsmaatregelen ter combinatie van werk en gezin zoals formele kinderopvang, ouderschapsverlof of dienstencheques, hun doel niet missen. Hoewel, naast dit algemene verhaal van een toegenomen combineerbaarheid van werk en gezin, is relatief weinig geweten over deze combineerbaarheid voor verschillende subgroepen binnen onze samenleving. Dit is opmerkelijk aangezien verschillende dynamieken naargelang gender, opleidings- of originegroep ons begrip van de organisatie van werk en gezin kunnen versterken. Daarnaast kunnen beleidsmakers niet tevreden zijn met de huidige algemene bevindingen omtrent de combinatie werk-gezin en het gebruik van gezinsbeleid aangezien sociale inclusie centraal staat in sociaal beleid. Literatuuroverzichten wijzen aan dat deze leemte in onze kennis vaak te wijten is aan beperkingen in de beschikbare data. Ten eerste, vaak gebruikte cross-sectionele data laat niet toe om individuen longitudinaal op te volgen en te bestuderen hoe werk en gezin elkaar over de tijd beïnvloeden. Ten tweede, een gebrek aan data voor koppels verhindert de studie van beslissingen op koppel-niveau en inzicht in genderdynamieken. Ten derde, surveys bevatten nauwelijks informatie over het gebruik van gezinsbeleid, wat noodzakelijk is voor effectmetingen. Ten vierde, beperkte steekproeven verhinderen begrip van verschillende werk-gezin dynamieken naar subgroepen zoals opleidings-, of originegroepen. Ten slotte, hoewel cross-nationaal onderzoek nodig is om ook de impact van de sociale en institutionele context te vatten, zijn beschikbare vergelijkingen door de opgesomde beperkingen zeer beschrijvend en leiden ze nauwelijks tot beleidsaanbevelingen. Bijgevolg doelt dit project op de ontwikkeling van een socio-demografisch panel op basis van de Kruispuntbank voor Sociale Zekerheid en het Bevolkingsregister. Het voorgestelde panel maakt een (i) longitudinale (ii) koppel-analyse van (iii) het gebruik en de effecten van werk-gezinsbeleid (formele kinderopvang, ouderschapsverlof, dienstencheques) voor (iv) specifieke subgroepen in de bevolking mogelijk. Door middel van een nauwe samenwerking met onze partners in andere Noordwestelijke Europese landen met gedetailleerde administratieve data, kunnen we (v) de analyses vergelijken tussen verschillende landen in deze regio.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Enquête naar de werkbeleving van brandweerpersoneel en vergelijkend onderzoek tussen Nederlandse en Vlaamse context. 21/12/2017 - 30/06/2018

Abstract

Brandweervereniging Vlaanderen (BVV) organiseert een bevraging naar de werkbeleving van brandweerpersoneel in Vlaanderen. Dit gebeurt naar aanleiding van de vraag van de FOD Binnenlandse Zaken waarbij informatie gevraagd werd aan de federaties over de motivatie van vrijwillige brandweerlieden. Op basis van de reeds afgenomen belevingsenquête in Nederland (onder leiding van het Instituut Fysieke Veiligheid) wordt nu vanuit de BVV een gelijkaardige enquête afgenomen, dat niet alleen binnen de Vlaamse context een realistisch beeld kan scheppen over de werkbeleving van brandweerpersoneel, maar tevens tot vergelijkend onderzoek kan leiden tussen de Nederlandse en Vlaamse context. De UAntwerpen werd aangesproken voor de methodologische zijde van deze enquête en om wetenschappelijkheid van de (interpretatie van) resultaten te garanderen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Arbeidsmarktparticipatie bij vrouwen en echscheiding: oorzaken en gevolgen 01/10/2017 - 30/09/2019

Abstract

Lang werd aangenomen, door zowel sociologen als economen, dat de spectaculaire stijging in (vooral Westerse) echtscheidingen sinds de jaren 60 van de vorige eeuw, een direct gevolg waren van een evenzeer dramatische stijging in de arbeidsmarktparticipatie van vrouwen. Te verwachten valt dat de negatieve financiële gevolgen van echtscheidingen daardoor gedaald zijn doorheen de tijd, aangezien vrouwen meer zelfvoorzienend zijn geworden. Het is echter onduidelijk of deze evolutie enkel toegeschreven kan worden aan de economische onafhankelijkheid van vrouwen en of deze evolutie gelijklopend is voor alle vrouwen. Dit onderzoek heeft wee doelstellingen. Eerst, aangezien de verwachtingen over de 'rol' van mannen en vrouwen in het huishouden is veranderd, onderzoeken we hoe de verdeling van zowel betaalde – als huishoudelijke arbeid het echtscheidingsrisico beïnvloedt. Een tweede doel is het zoeken naar factoren die de financiële ongelijkheden tussen vrouwen na een relatiebreuk veroorzaken of bestendigen. Extra aandacht wordt hierbij gegeven aan het onontgonnen terrein van "anticipatie". Vrouwen die een relatiebreuk verwachten zouden bewust voorzorgen kunnen nemen om beter om te gaan met de negatieve gevolgen van de breuk. Onderzoek dat nalaat om te controleren voor anticipatie leidt tot positief vertekende conclusies over de sterkte van de causale relatie tussen vrouwelijke arbeidsmarktparticipatie en echtscheidingsrisico's. Anderzijds leidt het groeperen van vrouwen die al dan niet anticipeerden tot een onderschatting van de negatieve financiële gevolgen van echtscheidingen aangezien de timing van hun verwerkingsproces verschilt.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Sociale Inclusie van kinderen met een beperking in Uganda - een photovoice studie. 01/04/2017 - 31/03/2018

Abstract

Het bevorderen van sociale inclusie voor kinderen met een beperking is een belangrijk aspect van het beleid ten aanzien van personen met een handicap in Uganda. Recent onderzoek heeft echter aangetoond dat Uganda achterop hinkt bij het implementeren van deze programma's. In deze context waar een grote vraag naar sociaal inclusief beleid belemmerd wordt door beperkte middelen, is er een duidelijke nood naar onderzoek over hoe kinderen deel uit maken van verschillende activiteiten in de maatschappij. Verder zal dit onderzoek nagaan welke barrières deze sociale inclusie belemmeren. Beide onderzoeksdoelen zullen worden onderzocht via de "photo elicitation" methode. Hierbij zullen ouders van kinderen met een beperking worden geïnterviewd aan de hand van hun zelf gegenereerd beeldmateriaal. Het onderzoek zal worden uitgevoerd in samenwerking met onderzoekers van de "Makerere University" en de NGO "Angel's Centre" in het Wakiso district in centraal Uganda. Dit onderzoeksproject heeft zowel implicaties voor academisch onderzoek als voor het beleid. De resultaten van dit onderzoek zullen het startpunt vormen voor verdere projectaanvragen, met het oog op het uitbouwen van een eigen onderzoekslijn.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De arbeidsparticipatie van koppels voor en na ouderschap: kunnen verschillen in arbeidsmarkttrajecten en bestaansmiddelen de aanhoudende genderspecialisatie in huishoudens verklaren? 01/01/2017 - 31/12/2020

Abstract

De voorbije decennia hebben de meeste Europese landen een forse stijging gekend van vrouwelijke arbeidsparticipatie. De toenemende gendergelijkheid op vlak van onderwijs- en arbeidsmarktuitkomsten ging evenwel niet gepaard met een gelijkaardige evolutie naar gendergelijkheid in huishoudens en families. De genderverdeling van (on)betaald werk blijkt in de praktijk nog steeds ongelijk en ook de arbeidsparticipatie rond ouderschap vertoont meer variatie bij vrouwen dan het geval is bij mannen. Volgens micro-economische theorieën is deze genderspecialisatie in (on)betaald werk de uitkomst van een onderhandeling op basis van de socio-economische positie van beide partners. Naarmate het verdienpotentieel van vrouwen toeneemt, is het voortbestaan van een traditionele rolverdeling binnen huishoudens vanuit dit perspectief evenwel paradoxaal Gendertheorieën stellen daartegen dat de genderverdeling van (on)betaald werk na ouderschap sterk wordt bepaald door culturele normen rond ouderschap waaraan koppels conformeren en waardoor deze normen worden gereproduceerd. Gebruikmakend van gedetailleerde longitudinale gegevens van de Belgische Kruispuntbank voor Sociale Zekerheid en vergelijkende panelgegevens voor een grotere set Europese landen, analyseert dit project de genderverdeling van betaald werk rond ouderschap. Concreet wordt onderzocht in welke mate sprake is van genderverschillen in het vervullen van de economische vereisten voor ouderschap en gezinsvorming (beschikken over voldoende financiële middelen, werkzekerheid,…) en in welke mate differentiële arbeidsmarkt- en loonkenmerken voor ouderschap dus een verklaring kunnen bieden voor het uitdiepen van genderverschillen na ouderschap, dan wel sprake lijkt van hardnekkige genderrollen niettegenstaande de sterkere relatieve inkomens- en arbeidsmarktpositie van vrouwen voor ouderschap.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Leerstoel Migratie, Integratie en Arbeidsmarkt. Determinanten van arbeidsparticipatie en werkzaamheid van personen met een migratieachtergrond, met specifieke aandacht voor inburgeringstrajecten nieuwkomers en de latente vrouwelijke arbeidsreserve. 20/12/2016 - 30/09/2019

Abstract

De Leerstoel Migratie, Integratie en Arbeidsmarkt is een onderzoeksproject in samenwerking met de Vlaamse overheid naar de arbeidsmarktpositie van personen met een migratie-achtergrond in Vlaanderen, met specifieke aandacht voor de arbeidsmarktpositie van vrouwen en de effectiviteit van inburgeringstrajecten voor nieuwkomers. Het project is innovatief aangezien registergegevens met betrekking tot i) inburgering (ABB), ii) opleidings- en activeringstrajecten (VDAB) en iii) arbeidskaarten (WSE) worden geïntegreerd met longitudinale microdata ontleend aan het DataWarehouse Arbeidsmarkt en Sociale Bescherming van de Kruispuntbank Sociale Zekerheid met het ook op de reconstructie en longitudinale analyse van arbeidsmarkttrajecten van personen met een migratie-achtergrond aan de hand van geavanceerde hazard en econometrische modellen. Doorheen het project worden interviews en focusgroepen opgezet met zowel deelnemers en trajectbegeleiders die de inzichten gebaseerd op de longitudinale analyse van trajecten op basis van registergegevens verder uitdiepen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Vrouwenbesnijdenis in een comparatief perspectief. Een onderzoek naar verandering in prevalentie, type en mate van medicalisering van de praktijk in meerdere Afrikaanse landen. 01/10/2016 - 30/09/2020

Abstract

Vrouwenbesnijding komtvandaag de dag in meerdere Afrikaanse landen voor. In het huidige onderzoeksvoorstel trachten we de praktijk te onderzoeken door interlandelijke verschillen, alsook verschillen overheen de tijd en tussen generaties te analyseren. Daarvoor maken we gebruik van twee datasets, de Demographic Health Survey en de Multiple Indicator Cluster Surveys. De meeste recente golven van deze datasets verzamelde informatie over vrouwenbesnijdenis in 27 Afrikaanse landen, maar in sommige landen werd reeds informatie verzameld vanaf het jaar 1995. Beide surveys zijn representatieve cross-sectionele bevolkingssurveys met grote steekproeven, meestal tussen 5000 en 15000 huishoudens. Op basis van deze data zal een macro-sociologische analyse van de praktijk van vrouwenbesnijdenis uitgevoerd worden. We onderzoeken hierbij drie onderzoekvragen; (1) of er interlandelijke variatie in de prevalentie, type en graad van medicalisering van vrouwenbesnijdenis kan vastgesteld worden. Ook onderzoeken we trends overheen de tijd en tussen generaties; (2) of de mate van vrouwenemancipatie kan in verband gebracht worden met de prevalentie van vrouwenbesnijdenis bij de moeder en de dochter, en; (3) hoe de implementatie van wetgeving tegen vrouwenbesnijdenis, vaak opgelegd vanuit de internationale gemeenschap, een impact heeft op de lokale gemeenschap en haar verderzetting van vrouwenbesnijdenis.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het misbruik van voorschriftplichtige stimulerende medicatie als leerpil door de Vlaamse studentenpopulatie: het proces van voorschrijven, verstrekken en verwerven. 01/10/2016 - 01/12/2018

Abstract

Uit een grootschalig onderzoek bij Vlaamse studenten blijkt dat een belangrijk deel van deze studenten (3 tot 10%) stimulerende medicatie –voornamelijk methylfenidaat zoals Rilatine, voorgeschreven om ADHD te behandelen– als een prestatieverhogend middel gebruikt. Los van de vraag of er in dit geval sprake is van oneerlijke concurrentie, kan het oneigenlijk gebruik van deze stimulantia ook schadelijke mentale en fysieke gezondheidseffecten hebben, waardoor het eveneens een onderzoeksprioriteit wordt. Hoewel we dus een zicht hebben op de prevalentie van dit oneigenlijk gebruik van stimulantia, is er bijna niets geweten over de karakteristieken van de gebruikers, de impact op het fysieke en mentale welzijn van de studenten en de psychosociale motieven van het misbruik van stimulerende middelen. Daarnaast verwachten we een hoger misbruik bij geneeskundestudenten, omwille van de sterk concurrerende omgeving waarin ze studeren en de gemakkelijke(re) toegang tot deze medicatie. Specifieke focus op de prevalentie en motieven van misbruik bij deze studentengroep is bijgevolg cruciaal. Bovendien is er een gebrek aan kennis over de aanbodszijde van dit volksgezondheidsprobleem. De voorgestelde studie heeft als doel om wetenschappelijke kennis te verzamelen over het misbruik van methylfenidaat in Vlaanderen. Meer bepaald zal het onderzoek trachten om de bovenvermelde onderzoeksnoden te lenigen: (1) welke groepen studenten misbruiken deze stimulantia en wat is de impact van dit misbruik op hun welzijn; (2) waarom stellen deze studenten dit gedrag; en (3) hoe geraken de studenten aan deze voorschriftplichtige geneesmiddelen? Het mixed-methods onderzoeksdesign bestaat uit 3 fasen, die elk 1 van de bovengenoemde onderzoeksdoelstellingen behandelen. Allereerst zal de beschikbare dataset van de kwantitatieve enquête bij Vlaamse studenten worden benut om de gebruikerspopulatie te identificeren en hun welzijn te meten (Studie 1). Op de tweede plaats zal een meer specifieke kwalitatieve en kwantitatieve dataverzameling worden uitgevoerd om de mechanismen die aan het misbruik ten grondslag liggen na te gaan (Studie 2). Hierbij zullen we eerst en vooral focussen op de studenten geneeskunde, vanwege een mogelijk hoger misbruik bij deze groep. Nadien zullen we ons richten tot alle studentengroepen. Hierbij zal een theoretisch model, beschreven in de literatuur, worden getest. Tenslotte zal een web-survey, alsook een kwalitatief onderzoek bij artsen en apothekers worden uitgevoerd om wetenschappelijke kennis over de aanbodszijde te genereren (Studie 3). Het voorgestelde onderzoek kan zowel theoretische als praktische implicaties hebben. Op theoretisch vlak is het de eerste studie die de complexe mechanismen ten grondslag aan het stimulantiamisbruik door studenten, zal exploreren. Praktisch gezien, zal de resulterende wetenschappelijke kennis ons in staat stellen om effectieve preventie-interventies op te stellen om de studenten van deze schadelijke gezondheidskeuzes te doen afzien.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Naar een gezonde werkomgeving: het ontwikkelen en testen van interventies in de strijd tegen HIV- en tuberculosestigmatisering bij het gezondheidspersoneel in de Free State provincie, Zuid-Afrika. 01/01/2016 - 31/12/2019

Abstract

De Zuid-Afrikaanse gezondheidszorg wordt geconfronteerd met een verwoestende co-epidemie van HIV en tuberculose (TB), en dit terwijl het systeem ook worstelt met ernstige personele tekorten. Deze gevaarlijke cocktail van een ernstige epidemie in combinatie met beperkte menselijke middelen maakt de stigmatisering van gezondheidspersoneel met HIV en/of tuberculose tot een bedreiging voor de gezondheid van niet enkel dit personeel maar ook de gehele bevolking die de gezondheidsdiensten gebruikt. Als antwoord, wil het voorgestelde DOCPRO BOF-project (1) de omvang en de determinanten van HIV- en TB-stigmatisering bij het gezondheidspersoneel achterhalen, alsook wetenschappelijk gefundeerde interventies ter bestrijding van HIV- en TB-stigmatisering bij deze personeelsgroep (2) ontwikkelen en (3) testen. Wat betreft de methodologie, wordt een cluster randomized controlled trial in acht openbare ziekenhuizen (een minimum van 584 respondenten verdeeld over 4 interventie- (347 respondenten) en 4 controleziekenhuizen (237 respondenten)) in de Free State provincie in Zuid-Afrika gehanteerd. Dit design stelt het project in staat om bovenvermelde onderzoeksvragen optimaal te beantwoorden en aldus het netto effect van de interventies om de stigmatisering binnen de gezondheidszorg te evalueren. De voorspoedige uitvoering van het vooropgestelde project en de succesvolle beëindiging van het vooropgestelde doctoraatstraject worden gegarandeerd door: (1) het innovatieve karakter en het solide methodologisch design van het project; (2) de beschikbaarheid van voldoende VLIR-UOS onderzoeksmiddelen om de onderzoeksactiviteiten in het Zuiden te bekostigen, (3) de stabiele, langdurige onderzoeksrelatie tussen de Belgische en de Zuid-Afrikaanse partner – Prof. Edwin Wouters is officieel aangesteld als senior research associate van het Centre for Health Systems Research & Development in Zuid-Afrika – en (4) de unieke kans om als Belgische doctoraatsstudent de vruchten te kunnen plukken van een grootschalig, internationaal onderzoeksproject.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het effect van veranderende levenslopen op intergenerationele solidariteit. 01/01/2016 - 31/12/2019

Abstract

De generatie die stilaan op pensioen gaat ziet een dubbele verandering in hun families: hun eigen veranderende familie trajecten en de zo mogelijk nog complexere trajecten van hun volwassen kinderen. Dit project bekijkt de impact van die complexiteit op intergenerationele solidariteit en bestudeert de opwaartse (mantelzorg) en neerwaartse (kinderopvang) solidariteit en de intermediërende rol van gezondheid hierbij.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

'Community health workers' als brug tussen de gezondheidszorg en HIV positieve patiënten in een lokale Zuid-Afrikaanse gemeenschap 26/11/2015 - 31/12/2016

Abstract

HIV/AIDS als chronische ziekte vereist niet enkel medische zorgen maar ook psychosociale zorgen teneinde therapietrouw en retentie op lange termijn te verzekeren. Gezien de grote druk op het Zuid-Afrikaanse gezondheidssysteem, heeft een reeks recente onderzoeken gewezen op de mogelijkheid om beroep te doen op 'community health workers' die HIV positieve patiënten succesvol kunnen steunen bij hun antiretrovirale therapie. Dit nieuwe kader van gezondheidswerkers brengt de zorg dichterbij de patiënt en zijn/haar huishouden. Geïnspireerd door de sociaalecologische theorie, dient de relatie tussen deze patiënten, de 'community health workers' en hun sociale omgeving onderzocht te worden. Dit onderzoek beoogt deze dynamische relaties te onderzoeken aan de hand van kwalitatief onderzoek. Het onderzoek maakt gebruik van diepte-interviews, focus groep discussies en participerende observaties. De resultaten van dit onderzoek zullen getoetst worden aan de visie van de respondenten die deelnamen aan de kwalitatieve dataverzameling.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Systematische literatuurstudie van strategieën om TB stigma te verminderen 18/11/2015 - 01/09/2016

Abstract

Deze studie tracht het beschikbare wetenschappelijke bewijs rond interventies ter bestrijding van tuberculose-stigma op een systematische manier te verzamelen, te beoordelen, te analyseren en samen te vatten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Naar een gezonde werkomgeving: het ontwikkelen en testen van interventies in de strijd tegen HIV- en tuberculosestigmatisering bij het gezondheidspersoneel in de Free State provincie, Zuid-Afrika. 01/10/2015 - 30/09/2019

Abstract

De Zuid-Afrikaanse gezondheidszorg wordt geconfronteerd met een verwoestende co-epidemie van HIV en tuberculose (TB), en dit terwijl het systeem ook worstelt met ernstige personele tekorten. Deze gevaarlijke cocktail van een ernstige epidemie in combinatie met beperkte menselijke middelen maakt de stigmatisering van gezondheidspersoneel met HIV en/of tuberculose tot een bedreiging voor de gezondheid van niet enkel dit personeel maar ook de gehele bevolking die de gezondheidsdiensten gebruikt. Als antwoord, wil het voorgestelde DOCPRO BOF-project (1) de omvang en de determinanten van HIV- en TB-stigmatisering bij het gezondheidspersoneel achterhalen, alsook wetenschappelijk gefundeerde interventies ter bestrijding van HIV- en TB-stigmatisering bij deze personeelsgroep (2) ontwikkelen en (3) testen. Wat betreft de methodologie, wordt een cluster randomized controlled trial in acht openbare ziekenhuizen (een minimum van 584 respondenten verdeeld over 4 interventie- (347 respondenten) en 4 controleziekenhuizen (237 respondenten)) in de Free State provincie in Zuid-Afrika gehanteerd. Dit design stelt het project in staat om bovenvermelde onderzoeksvragen optimaal te beantwoorden en aldus het netto effect van de interventies op de stigmatisering binnen de gezondheidszorg te evalueren. De voorspoedige uitvoering van het vooropgestelde project en de succesvolle beëindiging van het vooropgestelde doctoraatstraject worden gegarandeerd door: (1) het innovatieve karakter en het solide methodologisch design van het project; (2) de beschikbaarheid van VLIR-UOS onderzoeksmiddelen om de onderzoeksactiviteiten in het Zuiden te bekostigen, (3) de stabiele, langdurige onderzoeksrelatie tussen de Belgische en de Zuid-Afrikaanse partner – Prof. Edwin Wouters is officieel aangesteld als senior research associate van het Centre for Health Systems Research & Development in Zuid-Afrika – en (4) de unieke kans om als Belgische doctoraatsstudent de vruchten te kunnen plukken van een grootschalig, internationaal onderzoeksproject.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De rol van persoonlijkheid bij gezinsvorming en -ontbinding. 01/10/2015 - 30/09/2019

Abstract

De processen die leiden tot de vorming en ontbinding van gezinnen zijn uitgebreid bestudeerd in de familiesociologie. Tijdsgerelateerde componenten zoals ouderlijke factoren of cohorte en persoonlijke kenmerken zoals opleidingsniveau of waarden zijn veelvuldig geïdentificeerd als belangrijke componenten die aan familiedynamieken ten grondslag liggen. Binnen dit familie-sociologische en sociaal-demografische denkkader kwamen psychologische kenmerken zelden aan bod hoewel ook daarvan duidelijk was uit psychologisch onderzoek dat zij een eigen rol spelen. Deze studie introduceert persoonlijkheid als een component in de verklaring van processen van gezinsvorming en –ontbinding. Het project beoogt daarbij verschillende bakens te verzetten. Niet alleen wordt persoonlijkheid, in de vorm van de Big Five, als verklarende factor meegenomen in longitudinale modellen, ook en vooral wordt het multi-actor karakter van de Scheiding in Vlaanderen databank gebruikt om te kijken naar de persoonlijkheid van beide partners en de mate waarin hun match als koppel mee een invloed heeft op gezinsprocessen. Bovenop de multi-actor benadering besteedt het project ook aandacht aan eerste en hogere orde relaties. Door de hoge scheidingsprevalentie is de opkomst van nieuw samengestelde gezinnen een dimensie die aparte aandacht verdient. De processen in hogere orde relaties zijn immers niet dezelfde en de verwachting is dan ook dat de persoonlijkheid van partners een eigen rol speelt in die nieuwe realiteit.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Analyse vanuit genderperspectief van de financiële gevolgen van relatiebreuken. 01/10/2015 - 15/12/2015

Abstract

In dit project behandelen we niet alleen de huishoudenstructuur van België maar ook en vooral geven we een inzicht in de financiële gevolgen wanneer een relatie stuk loopt. We doen dat vanuit een genderperspectief omdat duidelijk is dat voornamelijk vrouwen de financiële rekening betalen van een stukgelopen huwelijk of samenwoonst. We beperken ons hierbij niet alleen tot de statistische analyses maar geven ook inzicht in de wijze waarop mensen zelf kijken naar de achteruitgang die ze na een breuk ervaren hebben. Deze dubbele zienswijze, gecombineerd met de inzichten uit het eerste deel zal ons dan in staat stellen enkele adviezen te formuleren ter voorbereiding van de hervorming van het huwelijksvermogensrecht en het erfrecht.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Naar een gezondheidsbevorderende werkomgeving: ontwiikkelen en testen van interventies om HIV- en TB-stigma's onder gezondheidswerkers in de provincie Vrijstaat, Zuid-Afrika, te doen afnemen. 10/04/2015 - 31/12/2018

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds VLIR. UA levert aan VLIR de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Evaluation du project Medma2. 23/03/2015 - 22/05/2015

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de opdrachtgever. UA levert aan de opdrachtgever de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

FAMCARE - Familiale dynamieken en zorg. 01/01/2015 - 31/12/2019

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht toegekend door de Universiteit Antwerpen. De promotor levert de Universiteit Antwerpen de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd door de universiteit.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Gezinsbeleid, Vrouwelijke Arbeidsparticipatie en Vruchtbaarheid: Socio-economische Verschillen in Gebruik en Effecten van Kinderopvang en Ouderschapsverlof in België. 01/01/2015 - 31/12/2018

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Families in verandering, veranderingen in families (FiTTiF). 01/01/2015 - 31/12/2018

Abstract

De algemene wetenschappelijke doelstelling is om te onderzoeken hoe de samenleving de kwetsbaarheden van personen in familietransities kan verminderen door middel sociaal innovatieve acties binnen drie sociale instituties (justitie, economie en onderwijs). De hieruit afgeleide wetenschappelijke doelstelling is om een experimentele methodologie uit te bouwen (vb. pre en post metingen, simulatie onderzoek, evaluatieonderzoek, etc.) om na te gaan of de voorgestelde sociaal innovatieve acties ook daadwerkelijk de voorgenoemde kwetsbaarheden 'verminderen en om deze methodologie toe te passen in het domein van de gezinswetenschappen, en dit vanuit een multidisciplinair perspectief (psychologen, demografen, sociologen en juristen).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Rilatine als leerpil: ongeoorloofd gebruik van stimulerende middelen in de Vlaamse studentenpopulatie. 01/01/2015 - 30/09/2016

Abstract

Uit een grootschalig onderzoek bij Vlaamse studenten blijkt dat een belangrijk deel van deze studenten (3 tot 10%) stimulerende medicatie –voornamelijk methylfenidaat zoals Rilatine, voorgeschreven om ADHD te behandelen– als een prestatieverhogend middel gebruikt. Los van de vraag of er in dit geval sprake is van oneerlijke concurrentie, kan het oneigenlijk gebruik van deze stimulantia ook schadelijke mentale en fysieke gezondheidseffecten hebben, waardoor het eveneens een onderzoeksprioriteit wordt. Hoewel we dus een zicht hebben op de prevalentie van dit oneigenlijk gebruik van stimulantia, is er bijna niets geweten over de karakteristieken van de gebruikers, de impact op het fysieke en mentale welzijn van de studenten en de psychosociale motieven van het misbruik van stimulerende middelen. Bovendien is er een gebrek aan kennis over de aanbodszijde van dit volksgezondheidsprobleem. De voorgestelde studie heeft als doel om wetenschappelijke kennis te verzamelen over het misbruik van methylfenidaat in Vlaanderen. Meer bepaald zal het onderzoek trachten om de bovenvermelde onderzoeksnoden te ledigen: (1) welke groepen studenten misbruiken deze stimulantia en wat is de impact van dit misbruik op hun welzijn; (2) waarom stellen deze studenten dit gedrag; en (3) hoe geraken de studenten aan deze voorschriftplichtige geneesmiddelen? Het mixed-methods onderzoeksdesign bestaat uit 3 fasen, die elk 1 van de bovengenoemde onderzoeksdoelstellingen behandelen. Allereerst zal de beschikbare dataset van de kwantitatieve enquête bij Vlaamse studenten (n=19.822) worden benut om de gebruikerspopulatie te identificeren en hun welzijn te meten. Op de tweede plaats zal een meer specifieke kwalitatieve en kwantitatieve dataverzameling worden uitgevoerd om de mechanismen die aan het misbruik ten grondslag liggen na te gaan. Hierbij zullen 2 theoretische modellen, beschreven in de literatuur, worden getest. Tenslotte zal een web-survey bij artsen en apothekers worden uitgevoerd om wetenschappelijke kennis over de aanbodszijde te genereren. Het voorgestelde onderzoek kan zowel theoretische als praktische implicaties hebben. Op theoretisch vlak is het de eerste studie die de complexe mechanismen ten grondslag aan het stimulantiamisbruik door studenten, zal exploreren. Praktisch gezien, zal de resulterende wetenschappelijke kennis ons in staat stellen om effectieve preventie-interventies op te stellen om de studenten van deze schadelijke gezondheidskeuzes te doen afzien.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Stress en mentale gezondheid in gezinnen met verschillende inkomensniveaus: De tweede wave van een longitudinale multi-actor studie 01/02/2014 - 31/12/2014

Abstract

Opgroeien en leven in armoede en/of financiële onzekerheid veroorzaakt veel stress en moeilijkheden bij ouders en kinderen. Onderzoek naar de relatie tussen armoede, stress en welbevinden waarbij meerdere gezinsleden bevraagd worden is schaars. Het doel van dit project is een tweede wave van een longitudinaal multi-actor onderzoek uit te voeren, waarbij zowel moeder, vader als een kind uit eenzelfde gezin worden bevraagd.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Arbeid, gezin en sociaal beleid. Een analyse naar socio-economische verschillen in gezinsvorming op basis van een administratief sociaal-demografisch panel voor België. 01/10/2013 - 30/09/2017

Abstract

Sinds de jaren 1970 worden België en andere Europese landen geconfronteerd met een baby bust, waarbij de vruchtbaarheid is gedaald onder het vervangingsniveau van 2.1 kinderen per vrouw. Dit project onderzoekt recente trends in relatie- en gezinsvorming in België en tracht in te schatten hoe patronen van gezinsvorming in de nabije toekomst mogelijk zullen evolueren. Vier factoren worden daarbij specifiek onderzocht: i) de toegenomen onderwijs- en arbeidsparticipatie van vrouwen en de recursieve relatie tussen gezinsvorming en de socio-economische positie van vrouwen (en hun partners), ii) de toegenomen diversiteit van huishoudenstypes in Europese landen en het effect van dergelijke leefvormen op trends in vruchtbaarheid, iii) het toegenomen belang van sociaal beleid en gezinsbeleid voor het ondersteunen van de combinatie van gezin en werk en de socio-economische gradient in het gebruik van dergelijke voorzieningen, en iv) de evolutie van patronen van gezinsvorming bij migrantengemeenschappen en de impact van toegenomen migratie op demografische trends in België op geaggregeerd niveau. Voor het onderzoek worden longitudinale gegevens van de Belgische Kruispuntbank voor Sociale Zekerheid gebruikt om een longitudinaal prospectief panel samen te stellen voor de periode 1998-2010. Dit panel biedt gedetailleerde informatie over de huishoudkenmerken en de socio-economische positie van circa 100.000 vrouwen en hun huishoudleden. Om de representativiteit van het panel doorheen de observatieperiode te garanderen, werden bijkomende steekproeven getrokken onder migranten (en hun huishoudleden) die zich na 1998 in België hebben gevestigd. De gedetailleerde en continue meting van huishoudkenmerken en socio-economische positie biedt een unieke gelegenheid om de recursieve relatie tussen deze factoren en gezinsvorming te onderzoeken (bv. het onderscheid tussen de effecten van de initiële socio-economische positie of leefvorm op de transitie naar ouderschap, en omgekeerd, de effecten die ouderschap vervolgens heeft op de socio-economische positie en huishoudkenmerken van de betrokken individuen). Het project maakt bovendien deel uit van een toonaangevend internationaal netwerk rond het gebruik van administratieve gegevens voor demografisch onderzoek.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderzoek naar de situatie van personen met een handicap in België met betrekking tot hun fundamentele rechten zoals gewaarborgd door het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. 15/07/2013 - 14/04/2014

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds KULeuven. UA levert aan KULeuven de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Leerstoel Veiligheidswetenschappen. 07/05/2013 - 31/12/2016

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de opdrachtgever. UA levert aan de opdrachtgever de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Veranderende families en duurzame samenlevingen: beleidscontext en diversiteit gedurende de levensloop en over volgende generaties heen (FamiliesAndSocieties). 01/02/2013 - 31/01/2017

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds EU. UA levert aan EU de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Vroeger nadenken ... over later. De houding en verwachtingen van mensen van buitenlandse afkomst, personen met een handicap en mensen in armoede tegenover het plannen van hun oude dag. 01/01/2013 - 31/08/2013

Abstract

Met dit onderzoek willen we inzicht krijgen op de mate waarin en de wijze waarop zowel de ouderen zelf als zijn omgeving nadenken over die oude dag en hier zich al dan niet op voorbereiden. Dit onderzoek richt specifiek op drie kwetsbare populaties onder ouderen: mensen van buitenlandse afkomst, personen met een handicap en mensen in armoede.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Implementatiemogelijkheden van het programma "Kinderen in Echtscheidingssituaties" (KIES) in het onderwijs. 01/12/2012 - 31/12/2013

Abstract

Het project betreft het opstellen van een websurvey voor de lagere scholen van de arrondissementen Turnhout en Mechelen. Het programmeren en het opstellen van een vragenlijst zal begeleid worden en databestanden zullen geanalyseerd worden. Het eindresultaat zal een beleidsdocument vormen waarin relevante beleidsaanbevelingen zullen geformuleerd worden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Sociale Staat van Vlaanderen 2013 - De inkomenspositie van éénoudergezinnen in Vlaanderen. 20/11/2012 - 31/12/2013

Abstract

In dit project bekijken we in eerste instantie de inkomenspositie van eenoudergezinnen op een beschrijvende wijze. We gaan na wat de inkomenspositie s en op welke wijze deze relatief wijzigt na levensloopgebeurtenissen zoals echtscheiding of verweduwing. Een tweede deel van het hoofdstuk heeft aandacht voor het armoederisico van eenoudergezinnen. Daarbij wordt zowel een Vlaams (descriptief) perspectief gehanteerd als een internationaal comparatief. Tot slot belichten we de rol van het beleid in het aanpakken van de moeilijke situatie van eenoudergezinnen. We focussen daarbij op twee domeinen: kinderopvang en kinderbijslag.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Antiretrovirale therapie als katalystor van kennis, positieve atitudes en veilig gedrag in een lokale Zuid-Afrikaanse gemeenschap: de ontwikkeling van een multidimensionele interventie in de strijd tegen HIV/AIDS. 01/10/2012 - 30/09/2016

Abstract

Achtergrond: Hoewel de eerste resultaten van het Zuid-Afrikaanse publieke antiretrovirale programma positief zijn, staan enkele obstakels een succesvolle strijd tegen HIV/AIDS op lange termijn in de weg, met name: (1) HIV/AIDS als chronische ziekte vereist niet enkel medische zorgen maar ook psychosociale zorgen teneinde therapietrouw en retentie op lange termijn te verzekeren, en (2) het aantal nieuwe besmettingen met het virus moet dalen door de kennis, attitudes and seksuele gedragingen van de Zuid-Afrikaanse bevolking positief te wijzigen. Het mobiliseren en versterken van lokale families en gemeenschappen wordt in toenemende mate vermeld als een potentieel succesvolle strategie om deze obstakels te overwinnen via het ontwikkelen van sociaal ondersteunend en gezondheidsbevorderend gedrag op familieniveau. Een reeks recente onderzoeken heeft derhalve gewezen op de nood aan wetenschappelijk onderzoek naar de factoren die de HIV/AIDS-gerelateerde kennis, attitudes en praktijken van lokale families positief beïnvloeden teneinde interventies om de geciteerde obstakels te overwinnen, te kunnen ontwikkelen. Objectieven: Het algemene onderzoeksdoel van het vooropgestelde onderzoeksproject betreft het ontwikkelen van een interventie gericht op het stimuleren van gezondheidsbevorderende families die in staat zijn om de HIV/AIDS-epidemie op een duurzame manier te bevechten. Het onderzoek beoogt de praktijkkennis en ervaring van HIV/AIDS-patiënten op behandeling optimaal te benutten als katalysatoren om deze vaardigheden en attitudes in de lokale families te verspreiden. Onze hypothese is dat publieke antiretrovirale therapie (ART), via de bijbehorende kennis en ervaring van de behandeling en ziekte, op termijn vertaald kan worden in de positieve veranderingen in de HIV/AIDS-gerelateerde kennis, attitudes en praktijken –AIDS-vaardigheden genaamd– noodzakelijk om HIV/AIDS duurzaam te bestrijden in lokale Zuid-Afrikaanse families. Methodologie: Het voorgestelde onderzoek maakt gebruik van een verklarend mixed-methods research design, waarin de kwantitatieve gegevens van de bestaande 'Effective Aids Treatment and Support in the Free State (FEATS) cohort study' (n=2168) zullen worden gebruikt om longitudinaal kwalitatief onderzoek te voeden en informeren. Allereerst gebruiken we structurele vergelijkingmodellen om de dynamische relaties tussen een reeks persoonlijke en familiale karakteristieken enerzijds en de aanwezige AIDS-vaardigheden anderzijds doorheen de tijd te onderzoeken. Ten tweede wordt de kwantitatieve dataset aangewend om 50 positief deviante families (i.e. families waarin de AIDS-vaardigheden doorheen de tijd toenamen) en 50 negatief deviante families (i.e. families waarin geen of negatieve veranderingen in de AIDS-vaardigheden plaatsvonden) te identificeren. Deze families vormen het onderwerp van verder diepgaand longitudinaal kwalitatief onderzoek naar de determinanten van deze verschillen in AIDS-vaardigheden. Er worden vervolgens 4 golven van driemaandelijkse diepte-interviews afgenomen met de geselecteerde 100 families om aldus de complexe verbanden tussen HIV/AIDS en ART aan de ene zijde en de geassocieerde AIDS-vaardigheden aan de andere zijde op familieniveau te ontwarren. Verwachte resultaten: Het voorgestelde onderzoeksproject heeft zowel theoretische als praktische relevantie. Vanuit theoretisch oogpunt, is dit het eerste onderzoek dat op zoek gaat naar de complexe relaties tussen ART, familiedynamieken en de AIDS-vaardigheden van lokale families. Het mixed-methods design kan waardevolle inzichten opleveren in de paden waarlangs ART kan bijdragen tot het ontwikkelen van AIDS-vaardigheden op familieniveau. Vanuit praktisch oogpunt, tracht het onderzoek 'good practices' te ontdekken om aldus strategieën te ontwikkelen om op een duurzame en realistische manier de vaardigheden die bij de antiretrovirale behandeling worden aangeleerd, maximaal te benutten en vertalen in AIDS-vaardigheden op familieniveau.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Pilot gebruik instrument evaluatie opleidingsonderdelen studenten. 01/09/2012 - 31/08/2013

Abstract

Dit project kadert in een dienstverleningsopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds KdG. UA levert aan KdG de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De pensioenbescherming van eerste, tweede en volgende generaties immigranten in België (MIGRAGE). 01/04/2012 - 30/09/2015

Abstract

De verschillen in pensioenbescherming tussen immigranten en niet-immigranten en tussen verschillende groepen van immigranten beschrijven en verklaren. Aangezien het project de nadruk legt op de mechanismen die deze verschillen verklaren, komen ook thema's als arbeidsmarktparticipatie en gezinsdynamieken (gezinsvorming en huishouddynamieken) aan bod.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De pensioenbescherming van eerste, tweede en volgende generaties immigranten in België (MIGRAGE). 01/04/2012 - 30/09/2015

Abstract

De verschillen in pensioenbescherming tussen immigranten en niet-immigranten en tussen verschillende groepen van immigranten beschrijven en verklaren. Aangezien het project de nadruk legt op de mechanismen die deze verschillen verklaren, komen ook thema's als arbeidsmarktparticipatie en gezinsdynamieken (gezinsvorming en huishouddynamieken) aan bod.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Steunpunt Werk en Sociale Economie (2012 - 2015). 01/01/2012 - 30/04/2016

Abstract

Het Steunpunt Werk en Sociale Economie (2012-2015) is een uitgebreid consortium van diverse onderzoeksgroepen die samenwerken teneinde de Vlaamse Overheid te informeren over arbeidsmarkt gebonden vraagstukken. Het Antwerpse team is betrokken bij de onderzoekslijn Loopbanen die kijkt naar arbeidsloopbanen op een dynamische manier.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ouderlijke Stress en Probleemgedrag bij Adolescenten: De Mediërende Bijdrage van Opvoeding door Moeders en Vaders. Een Actor-Partner Interdependence Mediation Benadering. 01/01/2012 - 31/12/2012

Abstract

Het is een algemene trend dat vaders meer en meer betrokken zijn in het leven van hun kinderen. De meeste studies naar opvoedingsgedragingen besteden echter weinig aandacht aan de interactie van moeders en vaders hun opvoedingsgedragingen, en hoe deze opvoedingsgedragingen van beiden het gedrag van adolescenten beïnvloeden (Lamb, 2010). Met dit onderzoek willen we de directe en mediërende bijdrage van de opvoedingsgedragingen van moeders en vaders nagaan op het gedrag van hun kinderen. Eerst kijken we naar de bijdrage van de persoonlijke kenmerken van ouders en hun verschillende soorten stress die opvoedingsgedragingen vorm geven. Vervolgens kijken we naar de mediërende impact van de opvoedingsgedragingen van moeders en vaders op het probleemgedrag van hun adolescent. Voor dit onderzoek zal het Centrum voor Longitudinaal en Levensloop Onderzoek (CELLO) samenwerken met het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (HIG-HUBrussel).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Echtscheiding en kansenongelijkheid in het onderwijs. 01/11/2011 - 31/12/2012

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds Jongerenwelzijn. UA levert aan Jongerenwelzijn de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het concept "kinderkwetsbaarheid" in Sub-Saharisch Afrika. Een theoretische studie met empirische validering. 01/10/2011 - 30/09/2012

Abstract

Bij het begin van de 21ste eeuw was er een groeiende aandacht voor de impact van HIV/AIDS op kinderen in Sub-Saharisch Afrika. De laatste jaren is de aandacht van de beleids- en de academische wereld verschoven van wezen naar een bredere groep 'wezen en kwetsbare kinderen'. In dit kader heeft dit project tot doel een multidimensioneel concept kinderkwetsbaarheid in Zuid-Afrika te ontwikkelen. Na een conceptuele fase met kwalitatieve validering, zal het concept empirisch gemeten worden door middel van structurele vergelijkingsmodellen en longitudinale analyse.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Socio-economische patronen van gezinsvorming en vruchtbaarheid in Europa: wat is de invloed van economische context en sociaal beleid? 01/01/2011 - 31/12/2014

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Hoe HIV/AIDS het leven ontwricht of een nieuw gezicht geeft: een kwalitatieve studie naar de impact van een antiretrovirale behandeling op het leven van HIV/AIDS-patiënten in Zuid-Afrika. 01/01/2011 - 31/12/2013

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Invloed van het KIES-programma op de beleving van echtscheiding. 15/12/2010 - 30/04/2011

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de Vlaamse overheid. UA levert aan de Vlaamse overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Wetenschappelijke ondersteuning aan wave 2 van het Generations and Gender Project. 01/10/2010 - 30/06/2014

Abstract

Het project beoogt en longitudinale benadering van gezinsvorming en -ontbinding, vruchtbaarheid en pensionering waarbij gepeild wordt naar de intenties die deze ontwikkelingen sturen. Ook de thema's inzake gezinszorg, personenzorg en emancipatie komen in het project aan bod. Het GGP-project heeft als specifiek doel verklaringen te bieden voor de waargenomen verschuivingen inzake partnerrelaties tussen generaties (kind-ouder en ouder-kind relaties, vruchtbaarheid, zorg voor vorige en volgende generaties) anderzijds.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Conceptualisering en operationalisering van 'active ageing' 01/10/2010 - 30/09/2013

Abstract

In de gerontologische literatuur werd traditioneel de nadruk gelegd op de beperkingen van ouderen. Vanuit die optiek werd de levensloop geordend in drie opeenvolgende fasen: leren, werken, rusten (Kohli, 1986). De problematiek van de mondiale vergrijzing leidde in de loop van de jaren '90 tot de deconstructie van deze drieledige levensloop. Het concept 'active ageing' moest de blijvende deelname van ouderen aan de samenleving stimuleren (Jacobs, 2004). Een overzicht van de wetenschappelijke literatuur leert dat 'active ageing' de voortdurende integratie van verschillende levensdomeinen beslaat zoals werk, zorg, actieve vrijetijdsbesteding en contact met familie en vrienden (Avramov and Maskova, 2003; Houben, Audenaert and Mortelmans, 2004; Rowe, Kahn, 1997). Het doctoraal proefschrift heeft als doel de wisselwerking tussen deze verscheidene vormen van activiteit nader te bestuderen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

SHARE-België, Golf 4. 01/10/2010 - 30/09/2012

Abstract

Het huidige project behelst de uitbreiding van de SHARE database, i.e. de creatie van de SHARE golf 4 database. Binnen dit project wordt de longitudinale steekproef opnieuw bevraagd om de veranderingen sinds de laatste golf te registreren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Socio-economische patronen van gezinsvorming en vruchtbaarheid in Europa : Wat is de invloed van de economische en de beleidscontext? 01/07/2010 - 31/12/2014

Abstract

Het demografisch landschap wordt in Europa sinds 1970 gekenmerkt door uitstel van gezinsvorming naar oudere leeftijd en daling van de vruchtbaarheid onder het vervangingsniveau. De invloed van gezinsbeleid lijkt gering, maar het ongelijke effect van beleid naar onderwijs- en arbeidsmarktpositie blijft in onderzoek onderbelicht. Dit project onderzoekt hoe socio-economische patronen van gezinsvorming in Europa worden beïnvloed door variatie in de economische en beleidscontext tussen 1970 en 2010.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De impact van individuen, organisaties en instituties op de lengte van de loopbaan (CARLE - tweede fase). 01/02/2010 - 31/01/2012

Abstract

Hoewel een lage activiteitsgraad bij 45- en 55-plussers een algemeen gegeven is in Europa, bestaat er een grote divergentie tussen de lidstaten (Hoge Raad Werkgelegenheid, 2004). België is hekkensluiter. De Europese doelstelling is tegen 2010 een werkzaamheid van 50% bij 55-plussers te bereiken. Met de huidige 30% is België hier ver van verwijderd. Op basis van internationale comparatieve analyses willen we in dit project onderzoeken welke factoren het arbeidsmarktgedrag van oudere werknemers en werkzoekenden beïnvloeden, namelijk (a) de vervroegde uittrede afremmen, (b) de herintrede aanmoedigen, (c) succesvolle mobiliteit van oudere werknemers bevorderen en (d) hun deelname aan employability-verruiming stimuleren. We onderscheiden hierbij drie niveaus van beïnvloedende factoren: (1) individuele kenmerken van oudere werknemers en werkzoekenden (bv. afgelegd loopbaantraject); (2) huishoudkenmerken (bv. arbeidsmarktpositie en inkomen van de partner, gezamenlijke financiële middelen) en (3) prikkels die institutionele actoren creëren om uittrede af te remmen, herintrede te stimuleren en employability te verruimen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De hybride identiteit van de hiv/aidspatiënt: kwalitatief onderzoek naar de impact van antiretrovirale geneesmiddelen op het leven van hiv/aidspatiënten in Zuid-Afrika 01/01/2010 - 31/12/2011

Abstract

Antiretrovirale geneesmiddelen hebben aids getransformeerd van een acute, degeneratieve ziekte in een chronische, ongeneeslijke aandoening. De chronische ziekte is niet langer een aanval van buitenaf en dient bijgevolg ook deel te worden van de identiteit van de hiv/aidspatiënt. Het onderzoeksproject tracht de mechanismen bloot te leggen langs dewelke de ziekte en de behandeling het leven en de bijbehorende identiteitsconstructie beïnvloeden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Arbeid, Gezin & Sociaal Beleid. Een analyse van socio-economische differentiatie in gezinsvorming op basis van een Administratief Socio-Demografisch Panel (ASDP) voor België. 01/01/2010 - 31/12/2011

Abstract

Dit project beoogt - analoog met onderzoek in Denemarken en Duitsland - de aanvraag van administratieve panelgegevens van Sociale Zekerheid en Rijksregisters in België voor de analyse van i) recente trends in vruchtbaarheid en ii) socio-economische differentiatie in de combinatie van gezin en arbeid. De resultaten worden geïnterpreteerd in het licht van de literatuur rond welvaartstaatregimes en onderzoek naar ongelijk gebruik van voorzieningen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De hybride identiteit van de hiv/aidspatiënt : een longitudinaal onderzoek naar de impact van antiretrovirale geneesmiddelen op het leven van hiv/aidspatiënten in subsaharaans Afrika. 01/10/2009 - 31/08/2011

Abstract

Het algemene onderzoeksdoel is bijgevolg sociologisch onderzoek te verrichten naar de impact van hiv/aids op het leven en meer specifiek de identiteitsconstructie van ART-patiënten in subsaharaans Afrika. Het onderzoek erkent met andere woorden ART niet enkel als een keerpunt in de behandeling van het met hiv besmette 'biomedisch lichaam' los van de sociale werkelijkheid, maar tevens als keerpunt in de ervaring van aids als chronische ziekte die vergroeid is met deze sociale werkelijkheid. Het onderzoek tracht een totaalbeeld te schetsen van de hiv/aidspatiënt op ART als een 'sociaal lichaam' met een chronische ziekte en een bepaalde plaats en functie in de samenleving. We onderzoeken in de praktijk welke factoren de kansen op een succesvolle antiretrovirale behandeling en de daarbij horende identiteitsconstructie beïnvloeden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De psychologische basis van politieke oriëntatie. Een crossnationaal perspectief. 01/07/2009 - 30/06/2013

Abstract

Bestaand onderzoek naar de psychologische basis van politieke voorkeuren is veelal gebaseerd op kleine studentensteekproeven en afgenomen in Westerse landen. Dit doctoraatsproject heeft tot doel deze link te onderzoeken op basis van representatieve steekproeven en in een breed scala van landen. Tevens zullen de crossnationale verschillen in de psychologische basis van politieke oriëntatie verklaard worden ahv een interdisciplinair perspectief.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Sociale betekenis en juridische bescherming van private relaties. 01/01/2009 - 31/12/2012

Abstract

In dit project staat de vraag centraal of en in welke mate een aanvullend of dwingend juridisch kader voor informele relaties tussen volwassenen kan worden gerechtvaardigd. Om deze vraag adequaat te beantwoorden, is voorafgaandelijk inzicht nodig in de subjectieve betekenis en sociale functie van verschillende relatievormen tussen volwassenen. De onderzoeksvragen worden bestudeerd vanuit zowel sociologische als juridische paradigma's, in een multidisciplinair theoretisch kader en aan de hand van kwalitatieve onderzoeksmethoden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

The survey of Health, Ageing and Retirement in Europe (SHARE LEAP). 01/01/2009 - 31/12/2010

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de Universiteit van Tilburg. UA levert aan de Universiteit van Tilburg de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Surveyonderzoek naar de impact van co-ouderschap op de loopbanen van mannen en vrouwen. 01/10/2008 - 31/12/2010

Abstract

Om een beeld te krijgen van verblijfsco-ouderschap in de praktijk met zijn financiële en organisatorische consequenties, is het van belang dat we allereerst cijfers hebben over het percentage (echt)gescheiden koppels dat bij aanvang van hun (echt)scheiding 'kiest' voor het stelsel van verblijfsco-ouderschap (los van het percentage co-ouders in de praktijk). Een kwantitatief beeld van verblijfsco-ouderschap in de praktijk zou bijgevolg gebaseerd moeten zijn op de (echt)scheidingsdossiers die behandeld zijn bij de rechtbank. Deze geven ons bovendien ook een overzicht van de daaraan gerelateerde financiële regeling die getroffen werd met betrekking tot de kinderen. Een tweede stap bestaat er vervolgens uit te onderzoeken hoe het de (echt)gescheiden koppels, die zich (in 2002) geëngageerd hebben voor verblijfsco-ouderschap, verder vergaan is in de praktijk. Dit laatste willen we doen door een steekproef van deze ex-partners te bevragen aan de hand van een kwantitatieve survey die peilt naar de actuele verblijfsregeling, de financiële regeling en de respectievelijke uitgaven voor de kinderen door beide ouders en de evolutie van beroepssituatie van de ouders. De steekproef van 2002 wordt aangevuld met een tweede steekproef uit 2006 om het effect van de nieuwe wet op het verblijfs-co-ouderschap in te kunnen schatten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Conceptualisering en operationalisering van 'active ageing'. 01/10/2008 - 30/09/2010

Abstract

In de gerontologische literatuur werd traditioneel de nadruk gelegd op de beperkingen van ouderen. Vanuit die optiek werd de levensloop geordend in drie opeenvolgende fasen: leren, werken, rusten (Kohli, 1986). De problematiek van de mondiale vergrijzing leidde in de loop van de jaren '90 tot de deconstructie van deze drieledige levensloop. Het concept 'active ageing' moest de blijvende deelname van ouderen aan de samenleving stimuleren (Jacobs, 2004). Een overzicht van de wetenschappelijke literatuur leert dat 'active ageing' de voortdurende integratie van verschillende levensdomeinen beslaat zoals werk, zorg, actieve vrijetijdsbesteding en contact met familie en vrienden (Avramov and Maskova, 2003; Houben, Audenaert and Mortelmans, 2004; Rowe, Kahn, 1997). Het doctoraal proefschrift heeft als doel de wisselwerking tussen deze verscheidene vormen van activiteit nader te bestuderen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Hoe demografische veranderingen vorm geven aan intergenerationele solidariteit, welzijn en sociale integratie: een multilink kader. (MULTILINKS) 01/03/2008 - 28/02/2011

Abstract

Het doel van deze studie is te onderzoeken hoe veranderende sociale contexten, van macro-sociale tot micro-interpersoonlijke contexten, sociale integratie, welzijn en intergenerationele solidariteit beïnvloeden binnen diverse Europese landen. Debatten over vergrijzing focussen hoofdzakelijk op de leefomstandigheden van de ouderen. Onze benadering bouwt voort op drie premises. Ten eerste, vergrijzing beïnvloedt alle leeftijdsgroepen: de jongeren, de middelbare leeftijd en de ouderen. Ten tweede, er zijn cruciale interdependenties tussen familiegeneraties en tussen mannen en vrouwen. Ten derde, we moeten alle analytische niveaus erkennen en onderscheiden: het individu, de dyade (ouder-kind, partners), familie, regio en land. Op basis van deze drie premissen, onderzoeken we (a) multiple banden binnen families (bv. transfers omhoog en omlaag in de familiebanden), interdependenties tussen oudere en jongere familieleden; (b) multiple banden over de tijd heen (meting op verschillende tijdspunten, op verschillende plaatsen, op verschillende punten in de individuele en de familiale levensloop); (c) multiple banden tussen aan de ene kant nationale en regionale contexten (bv. beleidsregimes, economische omstandigheden, normatief klimaat, religiositeit) en aan de andere kant individueel gedrag, welzijn en waarden. Doorheen het project zullen we methodologische strategieên testen, ontwikkelen en gebruiken die een gezond beleid mogelijk maken. Door het identificeren van intergenerationele zorgsystemen (dwz. combinaties van kinderopvang en zorg voor de kwetsbare ouderen) en hun tekortkomingen, willen we een bijdrage leveren aan het begrijpen van risico's op sociale isolatie en/of het ontbreken van de noodzakelijke steun en zorg.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Studie met het oog op het opstellen van een inventaris van de goederen en diensten waarvan de toegang en/of tarieven variëren naargelang het geslacht in België en het verzamelen van de rechtvaardigingen voor een verschillende behandeling 01/02/2008 - 31/07/2008

Abstract

Dit onderzoek wil een inventaris opmaken van de goederen en diensten die zowel aan mannen als vrouwen worden aangeboden, maar waarbij de financiële vergoeding of de toegang afhankelijk wordt gemaakt van het geslacht van de koper. Het onderzoek zal bestaan uit drie delen. Het eerste deel betracht een zo grondig mogelijke inventarisatie op te stellen van goederen en diensten waarvoor dit prijs- en/of toegangsverschil bestaat. Het tweede deel zoekt naar de bestaande en gegeven verantwoordingen voor de vastgestelde prijsverschillen. In een derde deel worden beleidsadviezen geformuleerd. Het derde en laatste deel zal een expertgroep van jursten samenstellen die zich zal buigen over de verantwoordingen die in het tweede deel verzameld werden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Institutioneel comparatief onderzoek over actieve vergrijzing: multi-level onderzoek naar de determinanten van uittrede, herintrede en investering in inzetbaarheid. 01/01/2008 - 31/12/2011

Abstract

Hoewel een lage activiteitsgraad bij 45- en 55-plussers een algemeen gegeven is in Europa, bestaat er een grote divergentie tussen de lidstaten (Hoge Raad Werkgelegenheid, 2004). België is hekkensluiter. De Europese doelstelling is tegen 2010 een werkzaamheid van 50% bij 55-plussers te bereiken. Met de huidige 30% is België hier ver van verwijderd. Op basis van internationale comparatieve analyses willen we in dit project onderzoeken welke factoren het arbeidsmarktgedrag van oudere werknemers en werkzoekenden beïnvloeden, namelijk (a) de vervroegde uittrede afremmen, (b) de herintrede aanmoedigen, (c) succesvolle mobiliteit van oudere werknemers bevorderen en (d) hun deelname aan employability-verruiming stimuleren. We onderscheiden hierbij drie niveaus van beïnvloedende factoren: (1) individuele kenmerken van oudere werknemers en werkzoekenden (bv. afgelegd loopbaantraject); (2) huishoudkenmerken (bv. arbeidsmarktpositie en inkomen van de partner, gezamenlijke financiële middelen) en (3) prikkels die institutionele actoren creëren om uittrede af te remmen, herintrede te stimuleren en employability te verruimen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De impact van individuen, organisaties en instituties op de lengte van de loopbaan (CARLE). 01/12/2007 - 31/01/2010

Abstract

Hoewel een lage activiteitsgraad bij 45- en 55-plussers een algemeen gegeven is in Europa, bestaat er een grote divergentie tussen de lidstaten (Hoge Raad Werkgelegenheid, 2004). België is hekkensluiter. De Europese doelstelling is tegen 2010 een werkzaamheid van 50% bij 55-plussers te bereiken. Met de huidige 30% is België hier ver van verwijderd. Op basis van internationale comparatieve analyses willen we in dit project onderzoeken welke factoren het arbeidsmarktgedrag van oudere werknemers en werkzoekenden beïnvloeden, namelijk (a) de vervroegde uittrede afremmen, (b) de herintrede aanmoedigen, (c) succesvolle mobiliteit van oudere werknemers bevorderen en (d) hun deelname aan employability-verruiming stimuleren. We onderscheiden hierbij drie niveaus van beïnvloedende factoren: (1) individuele kenmerken van oudere werknemers en werkzoekenden (bv. afgelegd loopbaantraject); (2) huishoudkenmerken (bv. arbeidsmarktpositie en inkomen van de partner, gezamenlijke financiële middelen) en (3) prikkels die institutionele actoren creëren om uittrede af te remmen, herintrede te stimuleren en employability te verruimen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Van informele gemeenschapsmutualiteiten naar een formeel sociaal zekerheidsstelsel in India. 01/10/2007 - 30/09/2011

Abstract

Aan de hand van een aantal casestudy's van Indische gemeenschapsmutualiteiten wordt onderzocht op welke manier de socio-institutionele context en politieke beleidsmaatregelen het succes van deze mutualiteiten en hun proces van schaalvergroting beïnvloeden. De resultaten uit deze analyse kunnen bijdragen tot het formuleren van beleidsadviezen met het oog op de uitbouw van een systeem van gezondheidsverzekering die de toegang tot kwalitatieve gezondheidszorg voor de Indische armen garandeert. Vanuit een kader dat armoede definieert als een lokaal institutioneel proces volgt de centrale hypothese dat sommige gemeenschapsmutualiteiten zich door hun verschil in organisatiestructuur beter kunnen aanpassen aan de institutionele realiteit waarin ze functioneren. Zodoende hebben sommige mutualiteiten meer kans om de toegang tot kwaliteitsvolle gezondheidszorg op een duurzame manier te waarborgen en de armen in strategisch bruikbare netwerken in te bedden. Op die manier kunnen de gemeenschapsmutualiteiten de bestaande solidariteitsnetwerken en sociale actie vergroten tot op een schaal die politiek en economisch relevant is voor de Indische staten. Het onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met het Prins Leopold Instituut voor Tropische Geneeskunde, Antwerpen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De impact van globale gezondheidsinitiatieven en donorharmonisatie op gezondheidssystemen op nationaal en districtsniveau. 01/10/2007 - 30/09/2009

Abstract

Onderzoek wordt uitgevoerd naar globale gezondheidsinitiatieven en donorharmonisatie in de gezondheidssector, waaronder sectorwijde benaderingen en globale budgetondersteuning, alsook naar hun relatie met andere, meer verticale Global Health Initiatives (GHI) zoals The Global Fund to fight Aids, Tuberculosis and Malaria; The Global Alliance for Vaccins and Immunisation (GAVI) en The President's Emergency Plan For Aids Relief (Pepfar). We stellen vast dat donoren in de gezondheidssector op dit moment eerder een tweesporenbeleid toepassen voor hun hulpverlening: enerzijds is er een focus op harmonisatie en "alignement", waaronder sectorwijde benaderingen en globale budgetondersteuning. Dit in combinatie met het responsabiliseren van de lokale overheden om hen aan te zetten tot goed beleid. Anderzijds zijn er de GHIs die eerder in het Noorden worden gedefinieerd en vervolgens als het ware worden opgelegd aan het Zuiden. Deze kennen vooral een sterke groei op het vlak van de HIV/AIDS bestrijding. De dualiteit leidt tot ernstige coördinatie- en coherentieproblemen op nationaal en lokaal niveau. De hieruit voortvloeiende onderzoeksvraag is tweeledig. We onderzoeken hoe de ruime GHIs zich verhouden tot donor harmonisatie en "alignement" en daarnaast gaan we na wat de gevolgen van het tweesporenbeleid zijn in de ontwikkelingslanden, met de nadruk op het beleids- en implementatieniveau. De centrale doelstelling is bijdragen tot meer duidelijkheid in de complexe coördinatie tussen de verschillende donoren onderling en deze tussen donoren en de "recipient countries" in de gezondheidssector. Om dit onderzoek uit te voeren zal nauw samengewerkt worden met het Instituut voor Ontwikkelingsbeleid van de Universiteit Antwerpen en het Instituut voor Tropische Geneeskunde waarbij de combinatie van een politiek-economische en een volksgezondheidsvisie wordt beoogd.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

AIDS, de eenzame dood? Sociaal kapitaal als hefboom bij de implementatie van antiretrovirale behandelingen in de openbare gezondheidszorg in Zuid-Afrika. 01/10/2007 - 30/09/2009

Abstract

Het onderzoek heeft tot doel de verschillende dimensies van de kwaliteit van het leven van AIDS-patiënten te analyseren. Het begrip "kwaliteit van het leven" dient men in de ruimste zin te interpreteren. Conform met gestandaardiseerde schalen, behelst de meting van kwaliteit van het leven zowel fysiek functioneren als psychisch, sociaal en rolgebonden functioneren en het vermogen om sociaal kapitaal te mobiliseren en ondersteuningsnetwerken in te schakelen. Nadat de verschillende achterliggende dimensies van kwaliteit van het leven van AIDS-patiënten zijn blootgelegd, begint de zoektocht naar de factoren die deze kwaliteit beïnvloeden. Aan de hand van de verzamelde data van ongeveer 400 Zuid-Afrikaanse AIDS-patiënten zal de invloed van deze factoren op de globale kwaliteit van het leven van deze patiënten worden getest. Aan de invloed van hun antiretrovirale behandeling zal in het bijzonder aandacht worden besteed. Het betreft dus een onderzoek naar de dimensies van en de dynamiek achter de kwaliteit van het leven AIDS-patiënten in Zuid-Afrika. Wordt uitgevoerd in samenwerking met het Centre for Health Systems Research and Development (CHSR&D), University of the Free State (UFS), Bloemfontein, Zuid-Afrika.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Haalbaarheidsstudie naar een repetitieve prevalentiestudie onder de algemene bevolking (HARPA). 01/10/2007 - 31/05/2009

Abstract

Doelstellingen van het project: - Gedetailleerde vergelijking van de methodes en designs van algemene prevalentieonderzoeken in andere Europese landen - Evalueren van de sterktes, beperkingen, noodzakelijke voorwaarden en kostprijs van de verschillende opties met het oog op het uitvoeren van een dergelijke studie in België - Het uitvoeren van een beperkte cognitieve test van de op te nemen items in het prevalentieonderzoek in België

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Evaluatie van opleidingsonderdelen voor studenten 05/07/2007 - 04/07/2009

Abstract

Het doel van dit project is het testen en valideren van het Mortelmans-Spooren instrument voor de evaluatie van opleidingsonderdelen in de Hogeschool Mechelen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Echtscheiding en scheiding in Vlaanderen. Risicofactoren en gevolgen voor het beleid. 01/04/2007 - 30/06/2014

Abstract

Het Scheiding-In-Vlaanderen-project (SIV) heeft als doel: het verhogen van de levenskwaliteit van diegenen die direct of indirect betroken zijn bij een echtscheiding het verbeteren van de kwaliteit van dienstverlening voor diegenen die direct of indirect betroken zijn bij een echtscheiding het ondersteunen van het beleid ten aanzien van echtscheiding en de personen die direct of indirect betroken zijn bij een echtscheiding Om onze doelstellingen te realiseren zal het SiV-project: 1. Een longitudinaal gegevensbestand opbouwen met betrekking tot relatievorming en relatieontbinding gebaseerd op een Vlaamse steekproef (vanaf 1971) die representatief is voor de populatie van getrouwde en ooit-gescheiden personen dat vertrekt vanuit een multi-actorperspectief waarbij niet alleen de (ex-)partners worden bevraagd, maar ook hun kinderen en ouders waarbij informatie wordt verzameld over de oorzaken, het verloop en de gevolgen van relatieontbinding waarin gebruik wordt gemaakt van een multidisciplinair denkkader van sociologische, demografische, sociaal-psychologische, sociaal-epidemiologische, economische en juridische paradigma's 2. Kennis van de echtscheidingsproblematiek verhogen onder de verschillende maatschappelijke actoren in functie van beleidsvoorbereidend en ¿toetsend onderzoek door het gratis ter beschikking te stellen van de data aan universitaire onderzoekscentra en andere wetenschappelijke instituten door middel van een doorgedreven pro-actieve verspreiding van de informatie 3. Bijdragen tot een effectgericht preventief en curatief welzijnsbeleid ter mediëring van de diverse problemen waarmee betrokken partijen geconfronteerd worden door middel van aandacht voor maatschappelijk relevante thema's gebruik makend van een doorgedreven proactieve data-utilisatie strategie

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Armoederisico's van Belgische weduwen en weduwnaars. 07/02/2007 - 30/06/2007

Abstract

Dit project bouwt voort op een survey-onderzoek uit 2006 in opdracht van de Minister van Pensioenen en de Federale Overheidsdienst Sociale Zaken. In dat project werden de noden en behoeften van weduwen in kaart gebracht. Tevens werd nagegaan welke van de overlevende partners ervoor kiezen een overlevingspensioen op te nemen -al dan niet gecumuleerd met een beroepsactiviteit- en welke van de overlevende partners ervoor kiezen te verzaken aan het overlevingspensioen. In dit project kijken we, aan de hand van de surveygegevens uit bovenstaande studie enerzijds en de koppeling van deze surveygegevens met administratieve data uit het Datawarehouse Arbeidsmarkt en Sociale Bescherming anderzijds, meer in detail naar de situatie van de meest armoederisicovolle weduwen en weduwnaars. Vooreerst willen we nagaan welke de verschillen zijn tussen de meer en de minder armoederisicovolle weduwen en weduwnaars. Enerzijds gaan we hiervoor dieper in op enkele socio-demografische, huishoudelijke, relationele, en inkomens- en uitgavenverschillen; anderzijds gaan we ook na in welke mate meer en minder armoederisicovolle weduwen hun situatie verschillend percipiëren en/of beleven. Ten tweede gaan we op zoek naar enkele verklarende factoren waardoor weduwen en weduwnaars meer kans hebben om in een meer armoederisicovolle situatie terecht te komen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Steunpunt Werk en Sociale Economie. Kwaliteit van banen en loopbanen (2007-2011). 01/01/2007 - 31/12/2011

Abstract

Het Steunpunt Werk en Sociale Economie is door de Vlaamse Regering erkend als beleidsvoorbereidend en beleidsondersteunend steunpunt. Het Steunpunt WSE is een kenniscentrum dat expertise opbouwt en ter beschikking stelt over de thema's werk, arbeidsmarkt en sociale economie. Het stelt zich tot doel de kennis over deze thema's te bundelen en uit te breiden door middel van eigen onderzoek. Het Steunpunt WSE probeert om zoveel mogelijk onderzoek te baseren op reeds beschikbare databanken en speelt een belangrijke rol bij de ontsluiting van momenteel in het arbeidsmarktonderzoek onderbenutte databanken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Loopbaanperspectieven op werk. 11/12/2006 - 31/12/2007

Abstract

De centrale doelstelling van dit onderzoek is om (1) de voornaamste veronderstellingen over loopbanen in de wetenschappelijke literatuur en het arbeidsmarktbeleid te identificeren, (2) de juistheid van deze veronderstellingen te toetsen a.h.v. bestaand empirisch onderzoek en bijkomende analyses op bestaande data en (3) vanuit de opgemerkte lacunes in bestaande data een voorstel tot survey design voor loopbaanonderzoek te formuleren. Bovendien zal het onderzoek helpen om adviezen te formuleren over de mate waarin bestaande en toekomstige beleidsmaatregelen de beoogde impact bereiken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Procesevaluatie "zorgnet zelfmoordpreventie". 01/10/2006 - 30/04/2007

Abstract

Het Zorgnet Zelfmoordpreventie pilootproject is in 2006 in de Logo Antwerpen-Noord opgezet om de huisartsen nauwer te betrekken bij de opvolging van personen die een suïcidepoging hebben ondernomen of een verhoogd suïciderisico hebben. In het onderzoek wordt het pilootproject na één jaar werking geëvalueerd. Daartoe werden drie focusgroepgesprekken georganiseerd, waaraan een brede waaier van hulpverleners deelnam, en gebeurde de analyse door middel van NVivo7.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Determinanten van oneigenlijk ziektegedrag bij TB- en HIV/AIDS- patiënten in de Free State en de uitwerking van adequate interventiestrategieën. 14/09/2006 - 23/12/2006

Abstract

Geringe belangstelling voor VCT (voluntary counseling and testing) en ontrouw aan de TB/HIV/AIDS-behandeling bemoeilijken de openbare initiatieven in de Free State om de co-epidemie op grote schaal te bestrijden. In deze strijd is kennis van de determinanten van het ziektegedrag van TB/HIV/AIDS-patiënten van essentieel belang. Het CHSR&D voert surveys uit bij TB- en ART-patiënten in nauwe samenwerking met het Free State Department of Health. Het voorgestelde project beoogt de data systematisch te analyseren en stategieën te ontwikkelen om adequaat ziektegedrag te promoten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Verkenning van een specifiek loopbaanpatroon en formulering van aanbevelingen met het oog op remediëring en verbeterde statistische registratie. 27/07/2006 - 30/11/2006

Abstract

Het project schuift drie doelstellingen naar voor: 1) In een eerste fase wordt een inventaris opgemaakt van beschikbaar materiaal dat de Vlaamse loopbaanpatronen zo duidelijk mogelijk in kaart brengen, met oog voor het genderverschil. 2) Er wordt een werkgroep samengesteld en begeleid met vertegenwoordigers uit o.a. beleid, bedrijfswereld en sociale partners. Gevoed door de opmerkingen en conclusies van de werkgroep, worden (beleids)aanbevelingen geformuleerd om het gesignaleerde loopbaanpatroon te doorbreken. 3) Voorstellen worden geformuleerd m.b.t. verbeterde statistische registratie ter vergaring van loopbaangegevens (administratieve databanken en surveys).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De validiteit van studentoordelen in onderwijsevaluaties. 01/07/2006 - 31/12/2010

Abstract

Het doel van dit onderzoeksproject is het verkrijgen van inzicht in het evaluatiegedrag van studenten in onderwijsevaluaties en het nagaan welke gevolgen dit heeft voor de validiteit en de geldigheid van studentenevaluaties. Hiertoe worden cross-sectionele en longitudinale analyses uitgevoerd op studentenenquêtes enerzijds en wordt een discoursanalyse uitgevoerd op basis van beleidsdocumenten, focusgroepgesprekken en face-to-face interviews.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De keuze tussen overlevingspensioen en arbeid in de actieve welvaartsstaat. 01/06/2006 - 31/12/2006

Abstract

Het overlijden van een huwelijkspartner kan naast een emotionele ook een financiële weerslag hebben op de overlevende partner en zijn gezin. Daarom heeft de langstlevende echtgenoot/echtgenote recht op een overlevingspensioen. In het kader van de actieve welvaartsstaat is het echter noodzakelijk om ook de weerslag van het verlies van een partner op de arbeidsparticipatie van de weduwnaar/weduwe te analyseren. In dit project wordt het effect van de cumulatie van een overlevingspensioen met een arbeidsinkomen in kaart gebracht door middel van een postenquête. Aan de hand van deze enquête wil het project twee onderzoeksvragen beantwoorden: 1. Welke van de overlevende partners kiezen ervoor een overlevingspensioen op te nemen en welke kiezen ervoor te verzaken aan het overlevingspensioen en wat zijn de redenen om één van beide opties te verkiezen ? 2. Welke van de overlevende partners die een overlevingspensioen opnemen, cumuleren dit met een beroepsactiviteit en wat zijn de moeilijkheden die hierbij ondervonden worden ?

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Boekproject "Gezinnen en Gezinsbeleid in België". 14/04/2006 - 13/04/2007

Abstract

De Staten Generaal voor het Gezin boog zich in twee cycli over de actuele problemen van het gezin en het gezinsbeleid. Dit onderzoek heeft tot doel om bij het afsluiten van de tweede clyclus een boek samen te stellen dat een overzicht geeft van het maatschappelijk debat over gezinnen en gezinsbeleid. Hiertoe worden de conclusies van de twee Staten Generaal afgetoetst aan de stem van het middenveld en de inzichten uit de academische wereld.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De plaats van de wetenschap in de geschreven pers. 01/01/2006 - 31/12/2006

Abstract

In deze studie staat de rol van de geschreven pers in het communiceren over wetenschap centraal. Meer concreet gaat dit onderzoek na wat de plaats is van wetenschap in de Vlaamse dag- en weekbladen en hoe het wetenschappelijk bedrijf (Vlaams maar ook internationaal) hier in beeld komt. Deze analyse wordt aangevuld met een beschrijving van het redactioneel beleid inzake wetenschapsberichtgeving en de rol van de (wetenschaps)journalist hierin.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Wetenschappelijke ondersteuning van het Generations and Gender Project. 01/12/2005 - 30/06/2010

Abstract

Het project omvat de wetenschappelijke begeleiding van de dataverzameling van de Belgische GGS. De Generations and Gender Survey beoogt een longitudinale benadering van gezinsvorming en -ontbinding, vruchtbaarheid en pensionering waarbij gepeild wordt naar de intenties die deze onwikkelingen sturen. Ook thema's inzake gezinszorg, personenzorg en emancipatie komen in de vragenlijst aan bod. Het GGP-project heeft als specifiek doel verklaringen te bieden voor de waargenomen verschuivingen inzake partnerrelaties enerzijds en de relaties tussen generaties (kind-ouder en ouder-kindrelaties, vruchtbaarheid, zorg voor vorige en volgende generaties) anderzijds.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Financiële gevolgen van echtscheiding. Een longitudinale analyse op gegevens uit de Kruispuntdatabank van de Sociale Zekerheid. 01/10/2005 - 31/12/2007

Abstract

Dit onderzoek focust zich op de financiële gevolgen na een relatiebreuk. Gebruik makend van een ruime steekproef uit de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid wordt de omvang nagegaan van de financiële gevolgen van echtscheidingen en samenwoonbreuken in België. Daarbij wordt ingegaan op het geslacht van de ex-partners, de aanwezigheid van kinderen, de woonplaats van de ex-partners, de relatieduur en de aard van de relatie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Consumptie als bouwsteen van identiteit. De rol van consumptie in de constructie en expressie van identiteit van jongeren. 01/10/2005 - 30/09/2007

Abstract

De centrale onderzoeksvraag in dit doctoraatsproject is hoe jongeren consumptie hanteren als een instrument voor de constructie en communicatie van hun identiteit. In de huidige postmoderne maatschappij is de identiteit van individuen immers niet langer op voorhand bepaald, maar moet deze zelf geconstrueerd worden. Bovendien moet men deze identiteit ook op een doeltreffende wijze naar anderen communiceren. Consumptie speelt in beide processen een centrale rol. Objecten worden namelijk vaak aanzien als extenties van het zelf. Constructie van de eigen identiteit vindt echter niet plaats in het luchtledige. Consumptie wordt eveneens gehanteerd als communicatiemiddel van identiteit (cfr. Veblen: demonstratieve consumptie). Bij deze twee domeinen zullen niet alleen de keuzes van jongeren centraal staan, maar ook waarom zij welke keuzes maken. De invloed van de peergroup wordt verondersteld hierin van cruciaal belang te zijn. Men koopt namelijk vaak objecten om zich te identificeren met bepaalde groepen of juist om zich te distantiëren van andere. De socio-demografische en economische achtergrond, het gedragen waardenpatroon, de ruimere vrijetijdsbestedingen en het mediagebruik worden eveneens als mogelijk belangrijke invloedsfactoren naar voor geschoven. De benadering van het onderzoek is hoofdzakelijk kwantitatief van aard. Het doel is om door middel van een grootschalige survey bij de 12- tot 18-jarigen in Vlaanderen, een antwoord te formuleren op de verschillende onderzoeksvragen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

AIDS, de eenzame dood? Sociaal kapitaal als hefboom bij de implementatie van antiretrovirale behandelingen in de openbare gezondheidszorg in Zuid-Afrika. 01/10/2005 - 30/09/2007

Abstract

Het onderzoek heeft tot doel de verschillende dimensies van de kwaliteit van het leven van AIDS-patiënten te analyseren. Het begrip "kwaliteit van het leven" dient men in de ruimste zin te interpreteren. Conform met gestandaardiseerde schalen, behelst de meting van kwaliteit van het leven zowel fysiek functioneren als psychisch, sociaal en rolgebonden functioneren en het vermogen om sociaal kapitaal te mobiliseren en ondersteuningsnetwerken in te schakelen. Nadat de verschillende achterliggende dimensies van kwaliteit van het leven van AIDS-patiënten zijn blootgelegd, begint de zoektocht naar de factoren die deze kwaliteit beïnvloeden. Aan de hand van de verzamelde data van ongeveer 400 Zuid-Afrikaanse AIDS-patiënten zal de invloed van deze factoren op de globale kwaliteit van het leven van deze patiënten worden getest. Aan de invloed van hun antiretrovirale behandeling zal in het bijzonder aandacht worden besteed. Het betreft dus een onderzoek naar de dimensies van en de dynamiek achter de kwaliteit van het leven AIDS-patiënten in Zuid-Afrika. Wordt uitgevoerd in samenwerking met het Centre for Health Systems Research and Development (CHSR&D), University of the Free State (UFS), Bloemfontein, Zuid-Afrika.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Gezinsbeleid : impact op gezinnen van beleidsmaatregelen. 01/07/2005 - 31/03/2006

Abstract

Dit project onderzoekt de mogelijkheden om een Gezins Impact Analyse in te voeren voor Vlaamse beleidsmaatregelen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Wetenschappelijke ondersteuning van de Staten-Generaal van het Gezin. 15/04/2005 - 15/01/2006

Abstract

In dit project wordt voozien in een wetenschappelijk ondersteuning van de tweede Staten Generaal voor het Gezin. Dit houdt in (1) deelname aan het wetenschappelijk comité van de Staten-Generaal en (2) voorbereiding, methodologische follow-up en verwerking van een gezinsenquête.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Vergrijzing in Vlaanderen. 01/04/2005 - 31/12/2009

Abstract

Een van de belangrijkste sociale uitdagingen voor Vlaanderen en Europa is aankomende veroudering van de bevolking. In dit kader stellen zich drie grote beleidsproblemen: I) de manier waarop de lasten van de vergrijzing verdeeld worden tussen generaties en binnen generaties onderling; ii) de uitbouw van een betaalbare en hoogstaande zorgvoorziening die voor iedereen toegankelijk is; iii) het optimaliseren van de deelname van ouderen aan het economische, sociale, politieke en culturele leven zodat de kennis, ervaring en vaardigheden van de ouderen nuttig ingezet kunnen worden. Bij al deze uitdagingen is het Vlaamse beleidsniveau betrokken. Vlaanderen kan met een planmatige aanpak op het gebied van ouderzorg, arbeidsbeleid, belastingen, huisvesting, onderwijs en socio-cultureelbeleid een belangrijke en noodzakelijke bijdrage leveren aan de uitdagingen waarvoor de vergrijzingsproblematiek ons stelt. Voor het ontwikkelen van een dergelijke strategie zijn goede beleidsinstrumenten onontbeerlijk. Dit project staat in voor de ontwikkeling van dit beleidsinstrument dat uit de volgende delen bestaat: -Het ontwikkelen van een longitudinaal databestand voor Vlaanderen met gegevens over inkomen, levensomstandigheden, gezondheid en zorgbehoeften van de ganse bevolking in het algemeen en de ouderen in het bijzonder. -Het ontwikkelen van een dynamisch micro-simulatiemodel voor Vlaanderen dat meting van beleidshervormingen toestaat. -Het meten van trends in intra- en intergenerationele verdeling van inkomen en rijkdom in Vlaanderen. -Het maken van een projectie van de gezonde levensverwachting. -Het meten van economische gevolgen van de vergrijzing in Vlaanderen. -In kaart brengen van trends in formele en informele zorgnetwerken. -Parameters van Vlaams zorgbeleid in Europees vergelijkend perspectief plaatsen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Inzicht verwerven in het fenomeen van de "nieuwe vrijwilliger" in vergelijking met het traditionele vrijwilligerstype. 01/02/2005 - 31/01/2006

Abstract

Net als de rest van de samenleving is de sector van vrijwilligerswerk onderworpen aan de processen van culturele diversificatie. Steeds meer vervaagt het traditionele beeld van de jeugdwerkvrijwilliger onder de druk van de recente maatschappelijke transformaties. Zowel in de wetenschappelijke literatuur als in de vaktaal komt men de term "nieuwe vrijwilliger" tegen, hetgeen naar de vrijwilliger verwijst met een compleet nieuwe set van motivaties, waarden en verwachtingen. De bedoeling van dit onderzoek, dat in samenwerking met de Stedelijke Jeugddienst Antwerpen wordt georganiseerd, ligt in de exploratie en in zowel theoretische als empirische onderbouw van het fenomeen van de nieuwe vrijwilliger. Wat beweegt deze mensen, wat hopen ze te vinden en welke obstakels komen ze tegen op de weg naar de realisatie van deze hopen ?

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Informatiebeleid voor de jeugd. 15/01/2005 - 31/12/2005

Abstract

Tegenwoordig worden jongeren, door de groeiende kennis ¿ en informatiemaatschappij, overspoeld door informatie over tal van onderwerpen. Er is een overaanbod aan informatie waardoor zij het bos door de bomen niet meer zien. Dit bemoeilijkt het nemen van de juiste beslissingen. Immers, niet alle informatie is even objectief en duidelijk, noch gerelateerd aan hun informatiebehoeften. Bovendien is de informatie niet altijd bereikbaar of toegankelijk. Jongeren hebben nood aan meer op hen toegespitste informatie om duidelijkheid te krijgen over wat hun mogelijkheden zijn om er vervolgens zelf iets mee te kunnen doen. Adequate informatie is daarom een eerste vereiste opdat jongeren hun weg in de huidige samenleving vinden. Dit onderzoek, inventariserend en verkennend van aard, beoogt de ontwikkeling van een samenhangend informatiebeleid voor de jeugd. Meer bepaald wordt er op basis van een veldbeschrijving nagegaan welke actoren een expliciete functie vervullen met betrekking tot jeugdinformatie en binnen welke beleidsdomeinen expliciete informatie-initiatieven worden opgezet. Daarnaast wordt met behulp van diepte-interviews onderzocht in welke mate de informatie terecht komt bij de beoogde doelgroep en op welke wijze de doelgroep wordt betrokken bij de totstandkoming van informatie. Op basis van de onderzoeksresultaten zullen beleidsaanbevelingen worden geformuleerd aan de Vlaamse overheid over het huidige aanbod. Bovendien zullen er suggesties worden geleverd om de participatie van jongeren in het informatieaanbod te verhogen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Studie naar de wereldwijde vergrijzing en de gezondheid van ouderen. 20/12/2004 - 01/10/2005

Abstract

Het onderzoek heeft als doel de ijkende vignettes methode te testen die in de WHO-studie "Wereldwijde vergrijzing en gezondheid van ouderen" gebruikt wordt. De vignettes methode wordt gebruikt om de cross-nationale vergelijkbaarheid van adata en/of resultaten uit de Share-enquête te verbeteren. Het eerste doel van het onderzoek bestaat er in om onderzoekers en veldwerkers bijkomedn te trainen in het gebruik van de vignettes methodologie. Een tweede objectief is het interviewen van minimaal 500 random geselecteerde volwassenen, ouder dan 50, met behulp van de drop-off gezondheidsvragenlijst waarin de WHO vignettesmethodologie opgenomen zijn.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Productevaluatieonderzoek bij VVKSM. 01/02/2004 - 31/01/2005

Abstract

Scouting is een vrijetijdsbesteding voor heel wat kinderen en jongeren en is vandaag meer dan het stereotype kampvuur. Achter de dagelijkse werking van de groepen zit een uitgebreid pedagogisch plan. Naast het aanbieden van ontspanning heeft VVKSM namelijk ook een opvoedende rol. De vereniging verspreidt de ideeën en principes via verschillende kanalen. Een van hun sterkste punten is namelijk dat ze een gevarieerd aanbod aan ondersteunende publicaties heeft. Het doel van dit onderzoek is om na te gaan in welke mate de achterliggende ideeën doordringen tot de leiding en hoe ze gebruikt worden in de wekelijkse spelactiviteiten. VVKSM wil het nut van bepaalde communicatie-instrumenten, zoals handboeken en de website, laten beoordelen. In hoeverre worden deze geraadpleegd? Worden de handboeken en brochures gelezen? Hoe verloopt de informatieverspreiding? Bereikt deze de basis of niet? Een van de voornaamste knelpunten blijkt namelijk een gebrekkige informatiedoorstroming te zijn naar de basis. Alle scouts- en gidsenleiding wordt aangesproken om deel te nemen aan het kwantitatieve onderzoek door een webenquête in te vullen. De resultaten zijn in de eerste plaats beleidsgericht, maar kunnen tevens een breder publiek aanspreken dat interesse heeft voor de jeugdbewegingssector.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De welvaartsval na partnerbreuk. Een longitudinaal onderzoek naar de socio-economische gevolgen van (echt)scheidingen voor de Belgische vrouw en hun huishoudens. 01/01/2004 - 31/12/2007

Abstract

Dit onderzoek brengt de kans op economische achteruitgang na een (echt)scheiding in kaart, omdat het in sé een invloedrijke factor is voor iemands persoonlijk welzijn, maar tevens omdat het van groot maatschappelijk belang is de beschermings- en risicofactoren in kaart te brengen. Hierbij denken we aan het gestegen armoederisico bij ex-partners en aan de specifieke vorm van armoede die langer aanhoudt bij éénoudergezinnen dan bij eenverdienergezinnen. Een bijkomende reden om het onderzoek toe te spitsen op economische gevolgen, zijn de potentiële psychologische en sociale implicaties hiervan. In deze context werd door verscheidene auteurs gewezen op de samenhang van economische achteruitgang met andere factoren zoals een hogere depressiegraad, slechtere huisvesting en een stijging van het aantal arbeidsuren. Om een beeld te krijgen van iemands economische situatie kan bijgevolg niet voorbijgegaan worden aan de arbeids-, huisvestings- en inkomenssituatie, gezondheidstoestand en socio-economische status. Het doel van de studie is om een brede socio-demografische kijk te krijgen op welvaart en welzijn, eerder dan enkel op de financieel-geldelijke interpretatie van de economische positie. Het project zal bijzondere aandacht hebben voor de welvaartsevolutie van vrouwen na een scheiding. Uit de literatuur blijkt immers dat vrouwen zowel op sociaal, psychologisch, als op economisch vlak kwetsbaarder zijn dan mannen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Consumptie als bouwsteen van identiteit. De rol van consumptie in de constructie en expressie van identiteit van jongeren. 01/10/2003 - 30/09/2005

Abstract

De centrale onderzoeksvraag in dit doctoraatsproject is hoe jongeren consumptie hanteren als een instrument voor de constructie en communicatie van hun identiteit. In de huidige postmoderne maatschappij is de identiteit van individuen immers niet langer op voorhand bepaald, maar moet deze zelf geconstrueerd worden. Bovendien moet men deze identiteit ook op een doeltreffende wijze naar anderen communiceren. Consumptie speelt in beide processen een centrale rol. Objecten worden namelijk vaak aanzien als extenties van het zelf. Constructie van de eigen identiteit vindt echter niet plaats in het luchtledige. Consumptie wordt eveneens gehanteerd als communicatiemiddel van identiteit (cfr. Veblen: demonstratieve consumptie). Bij deze twee domeinen zullen niet alleen de keuzes van jongeren centraal staan, maar ook waarom zij welke keuzes maken. De invloed van de peergroup wordt verondersteld hierin van cruciaal belang te zijn. Men koopt namelijk vaak objecten om zich te identificeren met bepaalde groepen of juist om zich te distantiëren van andere. De socio-demografische en economische achtergrond, het gedragen waardenpatroon, de ruimere vrijetijdsbestedingen en het mediagebruik worden eveneens als mogelijk belangrijke invloedsfactoren naar voor geschoven. De benadering van het onderzoek is hoofdzakelijk kwantitatief van aard. Het doel is om door middel van een grootschalige survey bij de 12- tot 18-jarigen in Vlaanderen, een antwoord te formuleren op de verschillende onderzoeksvragen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Uitvoeren van een diepgaande analyse van de resultaten alsook het rapporteren van secundaire analyses van de CBGS postenquête over zorg en mantelzorg in Vlaanderen ter voorbereiding van het "Zorgcongres" in december 2003. 01/09/2003 - 30/06/2005

Abstract

Dit project betreft het uitvoeren van een diepgaande analyse van de resultaten tevens behelst het project ook het rapporteren van secundaire analyses van de CBGS postenquête over zorg en mantelzorg in Vlaanderen ter voorbereiding van het "Zorgcongres" in december 2003.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Indicatoren van de leefsituatie van het kind in Vlaanderen 2002. 01/09/2003 - 28/02/2004

Abstract

De inhoud van dit project beslaat een beschrijvend, kwantitatief onderzoek naar de leefsituatie van het kind in Vlaanderen anno 2002 en is een logische voortzetting van voorafgaande gelijkaardige studies van het Panel on Belgian Households (PSBH) voor Kind en Gezin. Een volledig en veelzijdig beeld impliceert dat het kind niet los kan gezien worden van het gezin waarin het vertoeft. Het project is daarom opgevat als een reeks analyses die zowel informatie aandragen over het kind als over gezinssituationele factoren. Algemene demografische kenmerken van de kinderen en de ouders, de arbeidssituatie van de ouders, de financiële situatie van het huishouden, de woonsituatie van de kinderen en hun dagelijkse leefwereld, alsook die van de ouders worden in kaart gebracht.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het begrip "loopbaan". 01/03/2003 - 30/09/2005

Abstract

De doelstelling van dit project behelst het identificeren van de hedendaagse loopbaantransities en de bijhorende determinerende factoren. In tegenstelling tot de traditionele rechtlijnige loopbaan, kenmerkt de nieuwe loopbaan zich door een sequentie van jobopportuniteiten in meerdere organisaties en de samenhang met andere levenssferen. Zowel de wetenschap als het beleid heeft belang bij een gedegen kennis van de inhiberende en faciliterende factoren van een beroepsloopbaan. Twee fasen zullen doorlopen worden. In de eerste fase worden negen golven van de PSBH-data (1992-2000) vanuit arbeidssociologisch perspectief geanalyseerd om een globaal beeld te schetsen van de loopbaanmobiliteit van de respondenten. De tweede fase bestaat uit twee luiken. De determinanten van de beroepsloopbaan worden zowel op het bedrijfs- als het sociaalrechtelijke niveau onder de loep genomen. Dit proces resulteert in een herdenken van het maatschappelijke en juridische loopbaanconcept.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Uitvoeren van een enquête en analyseren en rapporteren van secundaire analyses in het kader van het CBGS onderzoek 'Population Policy Acceptance Survey'. 01/12/2002 - 30/11/2003

Abstract

Dit project heeft tot doel de enquête voor het 'Population Policy Acceptance Survey' voor te bereiden en uit te voeren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Sociaal economisch en demografisch panel (AGORA). 01/10/2001 - 31/12/2004

Abstract

Constructie en valorisatie van een onderzoeksinstrument, namelijk een demografisch en sociaal-economisch panel van 4.300 huishoudens representatief voor de Belgische bevolking. Opstellen van demografische en sociaal-economische databanken rond de onderwerpen die aan bod komen in het panel. Het uitvoeren van twee bijkomende jaarlijkse bevragingen (1999 en 2001) zijn voorzien.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)